18 mei 2015

Gisteren bezocht ik de tentoonstelling van Louise Bourgeois in het “Moderna Museet” in Stockholm. Eerst liep ik langs alle schilderijen en kunstwerken van de vaste collectie. Werken van Pablo Picasso, Piet Mondriaan, Salvador Dali, Giacomo Bella, Jackson Pollock, Juan Gris, Albert Gleizes, Georges Braque, On Kawara, Francis Bacon, om er een paar te noemen. In het vliegtuig naar Zweden las ik een stukje geschiedenis over Vincent van Gogh, over zijn zoektocht naar wat hij wilde uitdrukken met zijn schilderijen. Telkens nam hij de werkelijkheid als uitgangspunt. Alleen, het moest geen reproductie worden van wat hij zag, voor zover dat überhaupt mogelijk is natuurlijk. Hij wilde laten zien hoe hij het zag. Onze ogen zijn dan wel twee cameralenzen die de beelden bij ons naar binnen brengen, maar zodra deze zijn opgenomen, gebeurd er van alles mee. We interpreteren ze, we leggen er betekenis in, we herschikken ze, combineren ze op oneindig mogelijk manieren, we denken te weten wat we zien, we denken, we fantaseren er misschien dingen bij zoals de surrealisten als Dali deden, we kijken nog een keer en zien al niet meer hetzelfde, alles is in beweging, het moment is nooit exact het moment en daarom zochten de futuristen als Giacomo Bella naar manieren om die beweging vast te leggen, want dat deed volgens hen de werkelijkheid meer recht.

IMG_0006

Giacomo Bella, Velocity of Cars and Light (1913)

Wat is de werkelijkheid? Dat is de grote vraag voor veel filosofen en kunstenaars. Ze gaan er allemaal naar op zoek en zien dan vaak een werkelijkheid achter de werkelijkheid. Ze vangen een glimp op van een essentie, van het wezenlijke achter de dingen, ze zien de ziel van de landschappen die ze kleurrijk op hun doeken vastleggen, de ziel van de mensen die ze portretteren, de ziel die ons voortdrijft, achter maatschappijen, systemen, de ziel van de natuur, eigenlijk zien ze hun eigen ziel, de ziel van alles.

IMG_0008

Juan Gris, Landscape at Ceret (1913)

Wat is de ziel? ‘Ziel’ is misschien het meest abstracte woord dat er bestaat, en daarom kies ik juist dat woord om tot uitdrukking te brengen wat niet uit te drukken valt. Iedereen heeft denk ik wel een idee van de ziel. Ergens weet je, voel je, dat er iets in je huist, dat je iemand bent, dat je dingen ervaart, gevoelens van onrust, pijn en liefde, die niet zo makkelijk uit te drukken zijn, of eigenlijk niet, ze zijn te grillig, de schakeringen in hoe ze zich manifesteren zijn zo fijntjes en kunnen zich op zoveel verschillende manieren combineren in zoveel verschillende maten van intensiteit, dat we ons best wel doen om te proberen te zeggen hoe we ons voelen, maar het nooit echt kunnen. En toch is dat wat al die kunstenaars willen doen. Het is ook wat ik wil doen. Uiteindelijk maakt het niet uit of je nou een schilder, een muzikant, een dichter, een beeldhouwer of een schrijver bent. Hoewel elke discipline werkt met verschillende materialen, – ook woorden en muzieknoten zijn bouwstenen – met elk hun eigen mogelijkheden en beperkingen. Maar zoals Louise Bourgeois zegt in de documentaire die ik zag in het kleine bioscoopzaaltje onder in het museum:

“The subject of the artist is not the material he’s working with. That’s dead. Nor is it about technique. It’s about himself, about his emotions. And…,” ze denkt even na, “his ideals.”

Zij werkte met verschillende materialen en technieken. Ze tekende, ze schilderde, ze naaide, ze maakte beelden van stoffen, van hout, van ijzer en van brons. Maar de techniek en het materiaal was altijd ondergeschikt aan de emoties die aan haar werken ten grondslag lagen. En emoties had ze. Haar kunstwerken waren in het museum grotendeels geordend naar de gevoelens die ze had. Alles werd steeds gegroepeerd tentoongesteld in ruimtes met titels als: Eenzaamheid, Trauma, Kwetsbaarheid, Eeuwige beweging, Relaties, Nemen en geven en als laatste de ruimte met de titel Balans. Een in zichzelf geabsorbeerde vrouw, zit met veilige handen van anderen – misschien van familie en vrienden – om haar heen, in de kleermakerszit met een blauwe bal in haar schoot. Ze lijkt in harmonie met zichzelf. Het is de harmonie die Vincent van Gogh maar niet kon vasthouden. Ook hij ging door periodes van intense gevoelens en gedachten. Vooral wanneer hij op zoek ging naar het metafysische, het niet kenbare. Als je daar naar opzoek gaat, kan je verdwalen, en dat kan behoorlijk angstig zijn. In een van deze dwalingen moet hij zijn eigen oor hebben afgesneden en tijdens een andere dwaling moet hij zichzelf van het leven hebben beroofd. Maar meestal, ging hij aan het werk en maakte de schilderijen die nu wereldberoemd zijn. Zijn werk bood hem troost. Zijn werk biedt ons troost. Ook ik voel die behoefte, om mezelf te troosten, om getroost te worden en om te troosten. We staan niet alleen in onze strijd, we staan niet alleen in dit leven.

Ik ben nu alleen. Ik heb het vliegtuig gepakt naar een voor mij onbekend land. Hier ontmoet ik nieuwe mensen. Op de momenten dat ik hen spreek, ben ik rustig. Op dit moment, nu ik met mezelf spreek, ben ik rustig. Als ik lees en via de schrijver met mezelf spreek, ben ik rustig. In het museum, toen ik naar de kunstwerken keek, was ik rustig. Daartussen, heerst de onrust, mijn gedachten beheersen mij. Als ik mijn gedachten ben, wie ben ik dan? Zoekende, almaar zoekende.

Ik ontmoette Kevin uit New York. Hij was blij voor mij. Hij vond het moedig dat ik mijn baan had opgezegd en ervoor koos om te doen wat ik moet doen, om te zijn wie ik ben. Ik merk dat iedereen hier denkt dat ik jonger ben dan ik eruit zie. Meer dan tien jaar terug maakte ik de reis die de meeste die ik ontmoet nu maken. Ze zijn rond de twintig. Ze maken nu een keuze, of hebben net een keuze gemaakt dat hun een richting geeft in het leven. Als ik ernaar vraag, beamen ze allemaal dat het zo belangrijk is om te doen waar je blij van wordt.

“You have to do what makes you happy.”

Alleen, het is zo makkelijk gezegd, maar zo moeilijk gedaan, vind ik. Maar ook voor bijvoorbeeld de jongen van negentien uit Canada. Hij gaat Chemical engineering studeren als hij terug komt van zijn reis, hij weet nog niet precies wat hij ermee gaat doen, maar hij kent mensen die niet gelukkig zijn met wat ze doen, dat wilt hij niet. Of de jongen uit Amerika, zijn vriendin heeft het net uitgemaakt, maar hij heeft hoop, ze zijn nog steeds vrienden. Hij werkte bij Samsung, maar wist dat het tijdelijk zou zijn, want hij zou op reis gaan en daarna zou hij les gaan geven in technologie – He loves it – en nu is hij op zoek naar de mogelijkheden en een plan van aanpak. Of de Zweedse jongen, met Vietnamese achtergrond, die tijdelijk in dit hostel woont omdat hij net een nieuwe werkplek heeft gekregen in Stockholm – voorheen woonde hij in Mälmo – als dakwerker. Hij is niet gelukkig met dit werk vertelde hij mij. Maar wat moet hij anders, vraagt hij. Hij doet het al vanaf zijn zestiende en volgens hem zijn er geen andere opties. “I’m stuck with it.”

Of Kevin. Hij is Consultant en helpt bedrijven “to work more efficiently”. Tijdens onze eerste kennismaking, vertelt hij hoe tof het werk is: “I got to travel a lot,” maar je hoort aan de manier waarop hij het zegt dat het een standaard zinnetje voor hem is geworden. Gelooft hij zichzelf nog wel? Na mijn openhartigheid vertelt hij waar zijn dromen liggen. Hij wilt met film werken. Hij wilt zijn eigen bedrijf in filmdistributie. Maar hij is van Koreaanse afkomst, zijn ouders vinden dat wat hij wil het laagste van het laagste is. Hij moet arts worden. Bovendien hebben zijn ouders een groot offer voor hem gemaakt. Zij zijn naar Amerika gereisd om hem een goede opleiding te kunnen geven. Hij is iets aan hen verschuldigd, en dat ervaart hij als een zware last dat drukt op zijn schouders. Ik voel medelijden. Zijn ouders zeggen dat er twee dingen belangrijk zijn in een huwelijk: “Support each other and, do work that makes you happy.” Toch willen ze dat hun zoon werk doet dat niet hemzelf, maar hen gelukkig maakt. Ook Kevin’s baas is doodongelukkig, vertelt hij mij. Ook hij zit vast. Hij zorgt voor zijn vrouw, zijn kinderen en zijn ouders – emigranten uit Zuid-Amerika – die bij hem inwonen. Hij is de enige die geld binnen brengt. Er hangt teveel van hem af. Hij ziet geen andere mogelijkheden.

Vincent van Gogh ging werken in het bedrijf van zijn oom. Hij voldeed daarmee voldoende aan de wensen van zijn ouders. Zijn status en daarmee hun status, liep daarmee geen gevaar. Hij werd er niet gelukkig. Hij ging op zoek. Hij ging zich verdiepen in het geloof en daarna in de kunst. Hij heeft nooit gevonden wat hij zocht. Maar kijk wat de zoektocht ons heeft opgeleverd. Een schat aan kunstwerken en zelfs een oeuvre in de letteren doormiddel van zijn brieven, de brieven die ik nu ga lezen. Ik wil weten wat hij tegenkwam. Ik wil dat hij me troost en dat hij me hoop geeft. Ik denk niet dat ik mijn oor zal afsnijden of zelfmoord zal plegen. Ik denk dat ik maar blijf schrijven. Schrijven, schrijven en nog eens schrijven. En daartussen leven. Leven, leven en nog eens leven. Mijn laptop dichtklappen en me weer scharen tussen dat zooitje ongeregeld. Me ertoe verhouden, me verhouden tot het leven en de kunst. In balans zijn. Zoals de expositie van Louis Bourgeois eindigt met het beeld van de harmonieuze vrouw en de volgende op een zakdoek geborduurde woorden:

“I went to hell and back.

And let me tell you,
it was wonderful.”

Louise Bourgeois (1911 – 2010)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.