2

Ja ook dit is zinloos mijn lieve vriend. Jouw hart is zo warm dat ik hem als een kloppende kruik tegen mijn wang wil drukken. Weet dat jouw bloed door mijn aderen stroomt. Je kolkt door mijn lijf, ik voel je als een vloeibare stem die me tegelijkertijd opjaagt als gerust stelt. Als ik het lef zou hebben zou ik het je zeggen als we elkaar passeren. In plaats van die hard zachte blik die je me werpt te beantwoorden met een ongemakkelijkheid waarmee ik doorgaans mensen aankijk, zal ik een arm om je heen slaan en de kant die jij opgaat met je meelopen en zeggen dat ik het weet en dat het goed is. Het is goed.

Maar ik ben te laf en wandel mijn onbetekenende weg. Mijn zware stappen zullen blijven sterven in de wind; in de dikke lucht; het vette niets en alles; ik kan het soms bijna aanraken, me eraan vastklampen, erin klimmen. Ik ben zo laf dat ik vaker omhoog ga dan naar beneden, alsof ik hier niet wil zijn. Ik kijk op jou neer, je bent klein en miezerig, een mier met een kapsel, donkere wenkbrauwen en ogen die hun licht weerkaatsen op het ijs waarover je van deze hoogte heen lijkt te glijden. Ik ben een ster aan het firmament, een zon die zal blijven schijnen tot het voorbij is in de wetenschap dat we niks weten en niks voorbij zal gaan.

Lieve vriend, dat ik je niks zeg en jij mij ook niet, betekent niet dat we geen vrienden zijn. Ik heb je hart gestolen, hij ligt bloederig naast me in bed. Ik zal weldra in slaap vallen en alles: jij, ik, jouw geest, jouw ziel, jouw bloed en dat van mij – alles zal zijn nutteloze nut hebben.

Ik werd wakker met een smaak van ijzer en de geur van jouw leven van voordat onze paden elkaar kruisten. Ik ben je eeuwig dankbaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.