6

Sinds ik denk dat ik schrijver ben, droom ik van het schrijven van een boek dat zó onmogelijk is dat ik er nooit aan zal beginnen voordat ik eerst volslagen krankzinnig ben geworden en de illusie die ik wil creëren reëler acht dan alles wat werkelijk is. Helaas weet ik dat alles slechts weerspiegelingen zijn van onszelf op het moment dat we iets aan ons zelf spiegelen. Alleen nu al opschrijven wat ik zojuist dacht toen ik mijn laptop openklapte is al onmogelijk omdat het weer vervlogen is met wat ik een minuut geleden dacht. Dit ben ik niet die dit schrijft, dit is iemand die ik was; iemand die probeerde een toekomst te zijn die hij niet kon worden en zodoende dit schreef.

Mijn droom is een ontmoeting tussen de poëzie en het leven; tussen de woorden en wat ertussen ligt. Mijn zinnen zullen niet uitdrukken wat de spaties niet zeggen en het wit rond alle letters zullen niet kleuren wat de taal niet kan schilderen. Maar in de samensmelting van een keur aan uitdrukkingen van ons handelen met spelende hersenspinsels die vanuit mijn ziel worden voortgestuwd, hoop ik iets te kunnen creëren wat de moeite waard is.

Hoe pijnlijk is het te weten dat je een baby zal baren dat een gedrocht zal zijn, net als alle anderen. Waarom de tijd uitzitten, de pijnlijke last blijven dragen, wetende dat hetgeen uit mij zal komen op niets zal lijken op mijn gedroomde droom? Waarom niet blijven dromen? Mezelf in mijn slaap nog eens ongemerkt verder wikkelen in een wit laken dat voor altijd wit zal blijven.

Ik blijf het maar verneuken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.