Blauw voetje halen

“Ja ineens was hij verdwenen, we hebben nog overal gezocht en mijn dochter ook. Ik snap er echt niks van, altijd lag hij gewoon hier op tafel en toen ineens niet meer, m’n dochter zei nog misschien is hij achter de tafel gevallen, dat zou nog kunnen natuurlijk…”

“Maar u heeft er hier toch één?”

“Ja die heb ik al heel lang liggen, dat is de nieuwe die toen bij die nieuwe kousen zat dus nu gebruik ik die dan maar, ja je moet wel, die ander is nergens meer te bekennen. Trouwens nu we het er toch over hebben, ze zei dat je ze ook zonder kan aantrekken of zei jij dat nou?”

“Wie is ze?”

“Ja dat weet ik ook niet, die was hier laatst en ze zou het even navragen maar gisteren was ik ineens weg want we zouden opeens naar het graf gaan van m’n dochter die toen was overleden, dus ik weet niet of ze al iets heeft gehoord, want ze zei ook, m’n dochter, of je collega of iemand, dat je beter open kousen kan hebben want die dichte krijgen ze heel moeilijk uitgetrokken.”

“Is uw dochter met hemelvaart overleden?”

“Nee al veel eerder.”

Mevrouw steekt weer van wal, begint te vertellen en ratelt maar door en door. Ik versta de helft niet. Ik kan de aandacht niet meer opbrengen, zeker niet tegelijk met het aantrekken van haar vierde steunkous. Er komt geen einde aan die dingen en aan haar woorden al helemaal niet. Ik knik hier en daar maar wat en strooi met ja’s bij het uitblazen van elke adem. Aan het eind gok ik maar:

“Ja… u maakt wat mee op zo’n dag.”

“Wat u zegt, ik moest toen ook naar het ziekenhuis maar het had net geregend en er lag een klein plasje waar ik instapte en natuurlijk plons en allemaal water op m’n hoofd, hadden de buren een lekkage bij de keuken en de garderobe en m’n dochter was boos want het water dat druppelde maar en die kinderen maken ook altijd zo’n herrie daar, ik snap dat ook niet maar ja, dat is net als met die steunkousen dat ik niet mag fietsen voordat ik ze aanheb en toen was ineens dat ding weg.”

“Ligt hij niet gewoon in uw map?”

“Nou dat weet ik niet, ik kijk nooit in die map, ik heb het weleens gedaan maar dat doe ik nooit meer. Alle bladen vielen eruit en het was echt een drama. Toen zat die map wel veel voller hoor nu is hij weer wat dunner…. en… duurde eeuwen.. al die bladen… tot die jongen…”

Ik open de map en vis meteen het blauwe voetje achter het plastic insteek hoesje vandaan.

“Ongelooflijk, nou geef die maar hier dan leg ik deze hier want die heb ik dan niet meer nodig, althans, zolang dees niet kwijt is niet nee. Nou ik bel meteen m’n dochter zo, dat hij terecht is, wist je trouwens dat…… en toen…. Ik snap het ook niet en….. en vorige week… daarvoor…. belt m’n dochter… en ze…. en toen dee ze…..”

Ik hoor haar nog praten. De voordeur heb ik inmiddels stilletjes achter me in het slot laten glijden. Eenmaal op mijn fiets de hoek om, blijft ze rond mijn hoofd sluiten als een te strakke koptelefoon. Ik probeer tevergeefs een vrouwelijke bejaarde Emile Ratelband van mijn bagagedrager te trappen. Na drie wegen over te zijn gestoken, is de wind alleen maar harder gaan blazen, m’n oren beginnen te suizen. Pas bij mijn volgende cliënt denk ik er vanaf te zijn. Deze mevrouw kijkt me aan, ik wil haar begroeten, tot ze zegt:

“Ik ben zo blij dat hij terecht is,”  zonder dat haar lippen bewegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.