De voor jou met liefde poëziebrief

Elke zondagmorgen geef ik via mijn poëziebrief een verhaal of een gedicht cadeau. Gewoon simpel, overzichtelijk, direct te lezen vanuit jouw e-mailprogramma.

Veel liefs, Sander

Bekijk hier de laatste editie

Zou je graag wekelijks een verhaal en gedicht van mij ontvangen? Schrijf je dan hier in voor mijn poëziebrief.




Robin

De open vlakte onthult het niets
Omhult alles
Zoals je op een verder leeg terras nooit alleen zit

Laatst vroeg iemand waarom ik alleen gekomen was
Hij zat daar met een vriend
Ik zei: we zijn allemaal alleen gekomen

Drie vriendinnen gaan naast mij zitten
Ik knijp mijn ogen dicht
Inhaleer keine wolkje van hun sigarettenrook
Neem een paar slokken groene Himalaya thee
Ze praten over sex
En zijn verdriet

De lach verplaatst zich
om het even
door het leven
Maar nu zonder Robin

Zo’n open vlakte
Daar vergaap ik me aan het onnavolgbare gefladder
En bedenk hoe statisch
Zo’n helikopter is

Wil zij wel een vriend hebben die twee keer in de week drugs gebruikt?

Het is allemaal zo fragmentarisch
Zo sta je binnen te bedenken wat je moet doen
Zo schuift buiten de zon in je gezicht
Merk je vlinders op
Veel te licht voor het waaien

Hij kreeg op één dag meer dan duizend euro aan boete’s
Terwijl hij chocolade fondue moest bezorgen
Zijn leven komt maar niet op de rit

Van haar mag hij best LSD gebruiken
Als hij er maar van leert
Alles behalve die kutcocaïne

Echt een mooi woord wil er in dit tot voor kort nog onbeschreven boekje niet opkomen

Gelukkig heeft zij nog een lijstje
Van jongens waar ze allemaal mee naar bed wil
Maar baby’s
Die wil ze toch echt
Met Robin 

We zullen doorgaan

We zullen doorgaan
We zullen rennen, springen, vallen en weer opstaan
We zullen blijven
in de tijd die voorbij ging
nu

We zullen
We zullen ze
Laten we nog een keer een goed potje zullen
Laat de rest maar lullen
Wij zullen ze

We zullen doorgaan
We zullen rennen, springen, vallen en weer
gaan zitten
We zullen niks doen
Dan doen we pas wat

Maar eerst zullen we ze nog
laten zien welke gedachten wij zullen reanimeren
laten we geboren worden wat anders gewoon bestorven bleef
en doen we alles
Wat ons is afgeleerd

We zullen doorgaan zonder door te gaan
De weg terug bewandelen om vooruit te komen
We zullen gaan, gaan, gaan
gegaan met de wind, de storm en de regen
en ook de zon zal
let maar op

We zullen
We zullen ze
Laat de rest maar zouden
wij zullen
Het was geloof ik ergens op een plek waar je het door de schoorsteen kon horen suizen
dat ver verwijderd van het dagelijkse ratelen
de zullen je nog konden bereiken
Het had niks van doen met fluisteren of zachtjes aanmoedigen
Het was het rammen achter de borstkas
die dat verdomde bloed
wat is dat toch

We zullen god
We zullen god, god, god,
God wat zullen we
We zullen rennen, en we zullen zeker vallen
en teruggaan
Ja je kan maar beter teruggaan
Straks sta je niet meer op
Wat dan?
Wat dan mijn vriend, mijn lieve vriend

Kom op, we zullen teruggaan
Of zullen we doorgaan
Moeten we zachtjes ademhalen
Moeten we zweten
Moeten we niks doen
Moeten we bewegen
Toen we het dachten te weten
Bleek er niks anders op te zitten

Oké, nog één keer dan
We zullen
We zullen ze
We zullen god en iedereen en alle wezens
Alle flora, fauna, over land en alle wereldzeeën

We zullen
We zullen dat jongetje
dat meisje
We zullen de lendenen van ons verstand omgorden
We zullen ze eruit ritsen

We zullen stil blijven staan
Op een poefje gaan zitten
Lekker mediteren
De wereld z’n gang
De gang is de wereld
We zullen alles afleren

We zullen
We zullen ze
We zullen ze een poepie van onze opgestroopte mouwen
eruit schijten wat ons samen bracht

Oké, voor de laatste keer
laat dat de eerste zijn
we zullen doorgaan

Zou je graag wekelijks een verhaal of gedicht van mij willen ontvangen? Schrijf je dan hier in voor mijn poëziebrief.




Naaktzwemmen

Vanavond gaan we naar de Vlietlanden
Met de meisjes

Ik fiets uit school met de kriebels nu al in mijn buik
De brug gaat traag en vol belofte open
Vandaag is het magisch: een stuk weg uit de weg te zien wijken

Het schip gaat volkomen aan mij voorbij
Ik vlij mij vriendelijk tegen de zomerzon die zich brandend in mijn rechter oogkas nestelt zoals een jong musje op een schutting naar het zuiden zacht haar kraaltjes in het dons laat wegzakken

Mijn hart
Te de
Te de
Te de te de te de

Hoe zullen ze eruit zien?
Het is gewoon niet te vatten
Dat beeld
Hét beeld
Het enige waar wij nu werkelijk voor leven

Ik wil het zien
Smachtend kijk ik naar het asfalt dat langzaam terugkomt
De doffe klap

Nu zie ik het
Het kind in zichzelf gevangen
Het veulen in de wei achter haar gespierde, glanzende moeder verscholen
De bomen gaan omhoog

Ja, nu zie ik het duidelijk voor me
De horizon
Het klotsende water rond onze enkels
Vanavond
Ja vanavond gaan wij tieten zien

Zou je graag wekelijks een verhaal of gedicht van mij willen ontvangen? Schrijf je dan hier in voor mijn poëziebrief.




Trekhaakdoppen

We liepen langs de geparkeerde auto’s
Zij die er nog stonden
De genieters
Met hun lak dat glanst
Het zonlicht in de vooruit en…

Moet je zien zei hij
Een peer
Ik zag het ook
Een peer, achterop een trekhaak

Schoppen
Kom op
Schop die dop
Een lekkere punter, of een hakje
Schop die dop
Kom op
Schoppen

We liepen langs van die hele dure
Porche’s, Ferrari’s, Lamborghini’s
BMW’s, Mercedes Benz
Maar ook Volkswagens, Volvo’s
Peugots en Citroëns

Kijk zei hij
Een eikel
Ik zag het ook
Een eikel achterop een trekhaak

Schoppen
Kom op
Schop die dop
Een lekkere punter, of een hakje
Schop die dop
Kom op
Schoppen

We liepen langs familiewagens
4 deurs, 5 deurs, 6 deurs, 7 deurs, 8 deurs, 9 deurs
Station, Space en Touringcars

Nou, zei hij
Moet je dit zien
Met een slot erop
Ik zag het ook
Een trekhaak met een slot erop

Schoppen
Kom op
Schop die dop
Een lekkere punter, of een hakje
Schop die dop
Kom op
Schoppen

We liepen ook langs wrakken
De lak was weg
Wieldoppen ontbraken
Nee, van die arme stumperds bleven we maar af

Nou, zei ik
Moet je deze zien
Met een tennisbal
Hij zag het ook
Een trekhaak met een tennisbal erop

Schoppen
Kom op
Schop die dop
Een lekkere punter, of een hakje
Schop die dop
Kom op
Schoppen

Na de middag kwamen we thuis
Elk een tas vol
Zelden waren we zo blij
Als na een dagje trekhaakdoppen schoppen

Zou je graag wekelijks een verhaal of gedicht van mij willen ontvangen? Schrijf je dan hier in voor mijn poëziebrief.




Over zelfcompassie en bitterballen

Het is half vijf in de ochtend, ik heb nog geen oog dicht gedaan, omdat ik barst van de energie. Wat is er gebeurd? Ja, probeer dat maar eens uit te leggen. Zo tussen tien en elf uur ’s avonds had ik een ervaring van intense zelfcompassie. Het was een moment waarop van alles samenviel en ik met een overdaad aan liefde naar mezelf keek en het me vergaf dat ik die middag een portie bitterballen naar binnen had gewerkt. “Over zelfcompassie en bitterballen” verder lezen

Mijn vriend

Dit verhaal gaat over iemand waar ik misschien wel nooit helemaal afscheid van kan nemen. Ik zou diegene kunnen omschrijven aan de hand van allerlei uiterlijkheden, categorieën waarin je deze persoon zou kunnen indelen volgens afspraken die wij met elkaar hebben gemaakt of ik zou iets kunnen vertellen over het karakter dat dit mens kenschetst met behulp van terugkerende trekken en patronen die altijd waarneembaar zijn geweest voor vrienden en familie van dit individu; niks zou werkelijk ooit iets onthullen over deze gewezen vriend van mij. “Mijn vriend” verder lezen

Eenzaamheid

Whenever I’m down
I call on you my friend
A helping hand you lend
In my times of need

Dit wordt gezongen in het liedje My friend van Groove Armada. Altijd als ik het hoorde, stelde het me op de een of andere manier gerust, alsof je in gedachten altijd iemand kan bellen die aan de andere kant van de denkbeeldige lijn klaarstaat om je te helpen, om je de juiste woorden mee te geven waar je op kan vertrouwen. Maar het liedje gaat niet over de mogelijkheid om iemand te bellen, het gaat niet over de idee van ‘iemand bellen’, het gaat erover daadwerkelijk een vriend te bellen die je gerust stelt.

Groove Armada _ My Friend from Puce [̲̅♥̲̅] on Vimeo.

You say the right things
You keep me moving on
You keep me going strong

Vlak voordat ik hier uiteen wilde gaan zetten hoe ik juist niet op zoek ben naar een ‘echte vriend’ van vlees en bloed, maar naar de idee van die vriend, die uiteindelijk nergens anders te vinden is dan binnen jezelf, zoals bijvoorbeeld Jimmy Hendrix ook zingt in zijn My friend, wat hij heel toepasselijk aankondigt met de de woorden: “Y’all pass me that bottle, and let me sing you a real song,” ging mijn telefoon en was het mijn vrouw die haar verhaal kwijt wilde over haar beoordelingsgesprek op school. “Eenzaamheid” verder lezen

7

Voor ik het tussendoorpaadje nam, begroette ik mijn vriend. Hij was vanavond zo aanwezig, alsof hij me naar buiten riep. Voorbij de rijtjeshuizen dook hij meteen weer op, ik groette nogmaals, liep verder in de wetenschap dat hij me achtervolgde en zag vervolgens het ene na het andere merkwaardige verschijnsel: creaturen met wapperende bontjassen, glimmende of doffe vachten, klein, groot, maar altijd op vier poten waarmee ze lange gestalten achter zich aantrokken. Als er een mijn kant opkwam stak ik meteen schuin de weg over, semi-nonchalant, keek even in de schaduw onder de rand van een hoed van een meegtrokkene, angstig als ik was voor hun leiders.

Om de hoek kwam er geluid uit enkele eenlingen die zomaar uit het bos kwamen rijden, het klonk hard en schel. Die gedachte alleen al doorbreekt mijn droomtoestand, o ja, ik bedacht dat dat mijn voorland moest zijn, ooit een oor af te moeten snijden.

Er ging van alles langs me heen, voornamelijk lucht; of ging onder me door: bobbeltjes, gekraak. Ik stapte over een bronzen weg, zag er aan de overkant weer twee staan wachten op een kakkend baasje.

Zet een bouwlamp achter een organisch gegroeide kerk als het ware als spotjes gericht op een monumentale zilverfabriek en je hebt een museumpronkstuk, kunst, en het is nog driedimensionaal en in beweging ook. Vooruitgang is logischerwijs een illusie. De dichter die in drie dimensies probeert te schrijven is gedoemd naar het goddelijke te grijpen en sneller dood te gaan dan de rest.

Droomlopen, dat is wat ik doe. Af en toe opende ik m’n ogen zonder dat ze dicht zaten en zag ik weer flarden uit mijn psychedelische trip alsof ik iets had ingenomen wat nooit meer zal uitwerken. Een dak dat ritselend en licht deinend over me heen hing, goudgekleurde beelden die zich vanuit de grond naar de sterrenhemel vertakten. En daar was hij weer, godsamme.

Het laatste stukje tot mijn voordeur bedacht ik dat de verbeelding zo overgewaardeerd is. Iedereen heeft het, behalve ik en ik moet daar mee zien te leven en ja, dat is vaak verdomd lastig. Gelukkig heb ik een grote vriend die zich verschillend manifesteert en als hij me laat lachen – zoals op het kruispunt vlak voor huis waar ik het niet kon laten om toch weer even omhoog te kijken – verschijnt er een grote grijns op mijn bakkes. Niemand die het ziet maar geloof me, die lach is er op zo’n moment echt niet opgetekend.

6

Sinds ik denk dat ik schrijver ben, droom ik van het schrijven van een boek dat zó onmogelijk is dat ik er nooit aan zal beginnen voordat ik eerst volslagen krankzinnig ben geworden en de illusie die ik wil creëren reëler acht dan alles wat werkelijk is. Helaas weet ik dat alles slechts weerspiegelingen zijn van onszelf op het moment dat we iets aan ons zelf spiegelen. Alleen nu al opschrijven wat ik zojuist dacht toen ik mijn laptop openklapte is al onmogelijk omdat het weer vervlogen is met wat ik een minuut geleden dacht. Dit ben ik niet die dit schrijft, dit is iemand die ik was; iemand die probeerde een toekomst te zijn die hij niet kon worden en zodoende dit schreef.

Mijn droom is een ontmoeting tussen de poëzie en het leven; tussen de woorden en wat ertussen ligt. Mijn zinnen zullen niet uitdrukken wat de spaties niet zeggen en het wit rond alle letters zullen niet kleuren wat de taal niet kan schilderen. Maar in de samensmelting van een keur aan uitdrukkingen van ons handelen met spelende hersenspinsels die vanuit mijn ziel worden voortgestuwd, hoop ik iets te kunnen creëren wat de moeite waard is.

Hoe pijnlijk is het te weten dat je een baby zal baren dat een gedrocht zal zijn, net als alle anderen. Waarom de tijd uitzitten, de pijnlijke last blijven dragen, wetende dat hetgeen uit mij zal komen op niets zal lijken op mijn gedroomde droom? Waarom niet blijven dromen? Mezelf in mijn slaap nog eens ongemerkt verder wikkelen in een wit laken dat voor altijd wit zal blijven.

Ik blijf het maar verneuken.