We zullen doorgaan

We zullen doorgaan
We zullen rennen, springen, vallen en weer opstaan
We zullen blijven
in de tijd die voorbij ging
nu

We zullen
We zullen ze
Laten we nog een keer een goed potje zullen
Laat de rest maar lullen
Wij zullen ze

We zullen doorgaan
We zullen rennen, springen, vallen en weer
gaan zitten
We zullen niks doen
Dan doen we pas wat

Maar eerst zullen we ze nog
laten zien welke gedachten wij zullen reanimeren
laten we geboren worden wat anders gewoon bestorven bleef
en doen we alles
Wat ons is afgeleerd

We zullen doorgaan zonder door te gaan
De weg terug bewandelen om vooruit te komen
We zullen gaan, gaan, gaan
gegaan met de wind, de storm en de regen
en ook de zon zal
let maar op

We zullen
We zullen ze
Laat de rest maar zouden
wij zullen
Het was geloof ik ergens op een plek waar je het door de schoorsteen kon horen suizen
dat ver verwijderd van het dagelijkse ratelen
de zullen je nog konden bereiken
Het had niks van doen met fluisteren of zachtjes aanmoedigen
Het was het rammen achter de borstkas
die dat verdomde bloed
wat is dat toch

We zullen god
We zullen god, god, god,
God wat zullen we
We zullen rennen, en we zullen zeker vallen
en teruggaan
Ja je kan maar beter teruggaan
Straks sta je niet meer op
Wat dan?
Wat dan mijn vriend, mijn lieve vriend

Kom op, we zullen teruggaan
Of zullen we doorgaan
Moeten we zachtjes ademhalen
Moeten we zweten
Moeten we niks doen
Moeten we bewegen
Toen we het dachten te weten
Bleek er niks anders op te zitten

Oké, nog één keer dan
We zullen
We zullen ze
We zullen god en iedereen en alle wezens
Alle flora, fauna, over land en alle wereldzeeën

We zullen
We zullen dat jongetje
dat meisje
We zullen de lendenen van ons verstand omgorden
We zullen ze eruit ritsen

We zullen stil blijven staan
Op een poefje gaan zitten
Lekker mediteren
De wereld z’n gang
De gang is de wereld
We zullen alles afleren

We zullen
We zullen ze
We zullen ze een poepie van onze opgestroopte mouwen
eruit schijten wat ons samen bracht

Oké, voor de laatste keer
laat dat de eerste zijn
we zullen doorgaan

Zou je graag wekelijks een verhaal of gedicht van mij willen ontvangen? Schrijf je dan hier in voor mijn poëziebrief.




Naaktzwemmen

Vanavond gaan we naar de Vlietlanden
Met de meisjes

Ik fiets uit school met de kriebels nu al in mijn buik
De brug gaat traag en vol belofte open
Vandaag is het magisch: een stuk weg uit de weg te zien wijken

Het schip gaat volkomen aan mij voorbij
Ik vlij mij vriendelijk tegen de zomerzon die zich brandend in mijn rechter oogkas nestelt zoals een jong musje op een schutting naar het zuiden zacht haar kraaltjes in het dons laat wegzakken

Mijn hart
Te de
Te de
Te de te de te de

Hoe zullen ze eruit zien?
Het is gewoon niet te vatten
Dat beeld
Hét beeld
Het enige waar wij nu werkelijk voor leven

Ik wil het zien
Smachtend kijk ik naar het asfalt dat langzaam terugkomt
De doffe klap

Nu zie ik het
Het kind in zichzelf gevangen
Het veulen in de wei achter haar gespierde, glanzende moeder verscholen
De bomen gaan omhoog

Ja, nu zie ik het duidelijk voor me
De horizon
Het klotsende water rond onze enkels
Vanavond
Ja vanavond gaan wij tieten zien

Zou je graag wekelijks een verhaal of gedicht van mij willen ontvangen? Schrijf je dan hier in voor mijn poëziebrief.




Trekhaakdoppen

We liepen langs de geparkeerde auto’s
Zij die er nog stonden
De genieters
Met hun lak dat glanst
Het zonlicht in de vooruit en…

Moet je zien zei hij
Een peer
Ik zag het ook
Een peer, achterop een trekhaak

Schoppen
Kom op
Schop die dop
Een lekkere punter, of een hakje
Schop die dop
Kom op
Schoppen

We liepen langs van die hele dure
Porche’s, Ferrari’s, Lamborghini’s
BMW’s, Mercedes Benz
Maar ook Volkswagens, Volvo’s
Peugots en Citroëns

Kijk zei hij
Een eikel
Ik zag het ook
Een eikel achterop een trekhaak

Schoppen
Kom op
Schop die dop
Een lekkere punter, of een hakje
Schop die dop
Kom op
Schoppen

We liepen langs familiewagens
4 deurs, 5 deurs, 6 deurs, 7 deurs, 8 deurs, 9 deurs
Station, Space en Touringcars

Nou, zei hij
Moet je dit zien
Met een slot erop
Ik zag het ook
Een trekhaak met een slot erop

Schoppen
Kom op
Schop die dop
Een lekkere punter, of een hakje
Schop die dop
Kom op
Schoppen

We liepen ook langs wrakken
De lak was weg
Wieldoppen ontbraken
Nee, van die arme stumperds bleven we maar af

Nou, zei ik
Moet je deze zien
Met een tennisbal
Hij zag het ook
Een trekhaak met een tennisbal erop

Schoppen
Kom op
Schop die dop
Een lekkere punter, of een hakje
Schop die dop
Kom op
Schoppen

Na de middag kwamen we thuis
Elk een tas vol
Zelden waren we zo blij
Als na een dagje trekhaakdoppen schoppen

Zou je graag wekelijks een verhaal of gedicht van mij willen ontvangen? Schrijf je dan hier in voor mijn poëziebrief.




‘t

Ik heb ‘t weer gevonden
Aan water vol met lelies
Op een bankje aan een paadje dat
begint waar de weg had moeten eindigen

Het lange gras kietelt mijn kuiten
Hollandse takken boven mij als
pervers bananenblad

De zon wordt opgeslokt
Dempend mos, aardig zand
’t was niet altijd zacht de wandeling

In het bos dacht ik
dat ik verloren was

Het gezegde zegt:
Wie zoekt zal de vliegen van zich afslaan en
dankbaar zijn voor een plek als deze

Luister

Nu je de duinen niet meer inloopt
Tot helmgras massaal de zee toewuift
Wilde bloemen, oranje, wit
Rozenbottels, samengeschoold geel en
Paars dat zo nu en dan de kop op steekt

Nu je het natuurlijk parfum niet meer opsnuift
Nat gras, dennen met
Onzichtbaar lavendel
Ongrijpbaar vermengd vertrouwen

Nu je geen hitte
Van oost naar west
Koele wind van eb of vloed of
Schaduwen van dichtbegroeide daken

Gezoem, georchestreerd ruisen
Jong gekwetter van verscholen honger
Gefladder rondom jouw onophoudelijke denken
meer herkent

Luister

 

 

– Het absoluut gehoor van jouw herinnering  –

De brug

Er wordt een foto gemaakt van een jongen die over een brug loopt

Hij draagt een blauwe jas met een capuchon met daarin de capuchon van zijn trui

Daaronder een spijkerbroek en een paar stevige Ecco’s waarmee hij langzaam over het water loopt

De fotograaf staat in zijn rug
Schiet zijn materiaal
Het water lijkt onder hen en onder de huizen op palen stil te staan

De lucht is half bewolkt en half open en daar is het blauw met daarin duidelijk minder dan een halve maan te zien

De twee huizen die nog zichtbaar zijn in het kader waarin de jongen zich voortbeweegt, zijn rood en geel

Er worden flink wat plaatjes geschoten
Op de laatste is hij aan de overkant
Er wordt er één gekozen
Daarop staat hij even stil
Alsof hij zich bedenkt “De brug” verder lezen

De eik

De meneer waarop dit gedicht is geïnspireerd, is inmiddels overleden. Hij was terminaal toen ik aan zijn bed stond en hij nog in een diepe slaap lag. Langzaam werd hij wakker en trof mij aan zijn zij. Niet wetende dat hij later zou worden vereeuwigd door onderstaande woorden en muziek.

U zei niet veel meer
Uw bed klam en vochtig
Zoveel kussens en twee dekbedovertrekken

Ons eerste contact was in uw slaap
Ik weet niet wat u zag
Wellicht een mooie vrouw

Uw huid een eeuwenoude boomstam
Het ontbrak u hier en daar aan schors
Voldoende voor een arm

Toen u ontwaakte
Zag u geen bomenknuffelaarster
Ik kon het ook niet helpen

Uw familie stond rondom
Uw kleinkind beschermde haar snoep
Ik vroeg of het geen pijn deed

Uw ademhaling traag
Het had zo moeten zijn
Ik stond er maar wat ongemakkelijk bij

Bij mijn afscheid werd u wakker
U gaf een knipoog
Meer was er niet nodig

U heeft mij alles verteld

Online poëzie

“Heb je al eens wat gepubliceerd?”
“Ja”
“Waar?”
“Online”
“O”

Ik neem het u niet kwalijk

“Wat voor gedichten schrijf je?”

Ik wil zeggen over u
Over de stilte onder de douche en het kletteren van de verstreken jaren
Mijn rol daarin, het zetten van thee en luisteren naar vroeger toen de wereld
wat tastbaarder was en de letters gewoon konden worden opgevouwen

“Ik schrijf van alles”
“Ken je Johan de Grove en Diederik Tweestrijd?”
“Nee”
“Nee?”

Ik schrijf in een taal die u niet meer begrijpt
Niet abstract, direct met uw billen bloot
Naaktschilderijen zonder Photoshop

“Nee, maar ik ken wel Remco Campert”
“Ja, natuurlijk”
“Het leven is vurrukkulluk?”
“Nee”

Het is jammer dat mevrouw nu blind is
Er niet genoeg tijd is om het haar voor te lezen
Haar borsten zijn niet meer de eilandheuvels in vol maanlicht
De poëzie is eruit

“Dan moet u opnieuw leven”
Ze lacht
“Ik zet u wel op internet”
“Je gaat je gang maar jongen”

Dit gedicht schreef ik in opdracht van een goede vriend van mij, Ernst-Jan Pfauth. Naast wereldberoemd blogger is hij één van de curatoren bij curated.nl. Vanuit die service stuurt hij elk kwartaal een literaire ontdekking naar zijn abonnees. Dit keer de roman Mr. Penumbra’s 24-Hour Bookstore, door Robin Sloan. Over hoe internet en literatuur elkaar prachtig aanvullen. Mijn stukje online poëzie werd gedrukt en als voorafje bij het boek gevoegd.