Dag 6

Oude man

Vandaag voelde mijn lijf vermoeid en stram, alsof ik een oude man was. Ik begaf me in het lichaam van één van mijn cliënten, de kleinste handeling was inspannend, ik was niet vooruit te branden, sommige spieren protesteerden, liggen leek de hemel, iets doen de hel. Toen m’n wekker ging begon de ellende, maar oké, dat was normaal. Het geluid uit mijn iPhone sneed bij me naar binnen. Meteen drukte ik hem uit. Maar ik voelde hoe moe ik was en ik wist dat dit niet goed zou gaan, ik moest immers Gioia naar school brengen, vandaag zou haar tweede ‘wendag’ worden op haar nieuwe school, en dat was allemaal maar wat dat hele schoolgebeuren. Mandy maakte zich de avond ervoor al ongerust of ik het wel kon volgen wat ze me vertelde over waar de school was, waar het lokaal was en hoe dat heette, dat lokaal. Ondanks haar herhaaldelijke pogingen om het bij me in te prenten, vergat ik het natuurlijk. Toen ik klaar was met het schrijven aan mijn dagboek de avond ervoor, kroop ik naast haar in bed. Mijn knie raakte bijna haar knie en daar reageerde ze fel op. “Nee, nee, o, nee, veels te koud.”
“Ik raak je niet eens aan joh, doe normaal.”
“Nee, maar ik voel die kou al meteen. Als je alleen al in de buurt komt met die koude benen van je.”
Ik schoof wat verder mijn kant op, terwijl zij zichzelf verder oprolde in haar coconnetje, alsof ze inkromp zoals een worm bijvoorbeeld deed wanneer je hem prikte met een vinger.
“Jezus zeg, je bent wel echt allergisch voor me geworden,” zei ik.
“Nee, ga nou niet zo doen, ik lig gewoon te slapen.”
“O, trouwens, hoe heette dat lokaal van Gioia nou?”
“Dikkertje Dap.”

Dus ik zette mijn wekker opnieuw, tien minuten later, de snooze mogelijkheid had ik in mijn epileptische handeling toen ie afging immers gemist. Die tien minuten lag ik niet te piekeren of naar het plafond te staren, nee hoor, die tijd verdween gewoon. Ergens in de nacht of tegen de ochtend was Vita ook weer gekomen. Het was dan niet zo dat ze begon met een kalmpjes gejammer wat ze opbouwde tot een lieflijk gehuil waarin ze mijn naam gedempt door haar tranen gorgelde, NEE, het was meteen keihard gekrijs. En jawel, ik wist wel dat ik er dan uit moest, Mandy moest immers werken de volgende dag, dat was de afspraak, wie moest werken mocht blijven liggen. Dus naast Vita die de aandacht trok, begon zij met het vriendelijke verzoek of ik niet op wilde staan, dat bouwde zich wel op, tot een wat lichte dwang waarbij of de buurvrouw werd genoemd of Gioia die wakker zou kunnen worden, hoewel die negen van de tien keer dan allang tussen ons in lag, totdat zij haar stem begon te verheffen en er bij mij een soort van wild verlangen opborrelde, of opsteeg eigenlijk, als flitsen, om iemand te wurgen.

De wekker ging, het was nu kwart over zeven. Ik bleef liggen, Gioia lag naast me, “wakker worden,” zei ik zonder intentie om haar echt wakker te krijgen. Zal ik haar gewoon laten liggen, dacht ik. Wat zou het uitmaken. Ze was nog niet verplicht om naar school te gaan, bovendien wisten ze daar zelfs niet eens dat ze zou komen volgens mij, het was gisteren spontaan bedacht, door Mandy. “Dan heb jij even tijd zonder haar,” zei ze, dat wist ze wel goed te formuleren ja, even tijd zonder Gioia, maar hallo, we hadden nog een kleine dreumes, dus even tijd zonder haar betekende niet tijd voor mezelf, dus ik dacht al meteen wat heb ik eraan, moet dit? Dat zag ze ook wel aan mijn reactie, of eigenlijk het ontbreken van een reactie, daar was ik goed in, gewoon m’n mond houden op momenten als zij me iets vroeg waarvan ik wist dat er geen goed antwoord mogelijk was, ja, behalve het antwoord dat zij goed zou rekenen, dus ik zweeg, maar er onderuit kwam ik niet, nee, dat nooit. Dus later op de avond vroeg ze het nog een keer, “ga je haar nou brengen? Want dan moet ik dat nu weten, dan kan ik het tegen haar zeggen en dan kan ik jou even vertellen wat je allemaal moet doen.”

“Gioia, wakker worden,” ik schudde lichtjes aan haar schouder, er gebeurde niks. M’n telefoon pingelde. Ondertussen wist ik van alle pingels en ringels niet meer welk geluid nou wat betekende, maar ze trokken toch altijd weer m’n aandacht. Nog een pingel, wat de fuck was dat allemaal nou weer zo vroeg. Ik pakte dat ding en zag twee app’jes onder elkaar, van Mandy. In de eerste schreef ze nog eens uitvoerig waar het was en welke route ik precies moest afleggen. Bij het brengen kon ik gewoon aan de voorkant zijn, door het hek, het gebouw binnen en dan meteen links en dan was het het tweede lokaal aan mijn rechterkant, DIKKERTJE DAP, stond erop. 08.15 uur kon ik wel vetrekken stond eveneens in het eerste app’je getypt, het begon zo’n beetje 08.30, dus dat was prima. De avond ervoor zei ze nog dat ik wel echt om acht uur van huis weg moest. In haar tweede bericht stond wanneer en waar ik haar precies op kon halen, door welke deur ik dan moest, o ja, en natuurlijk, ze wenste me veel plezier. Het was nu 07.30 zag ik op mijn telefoon. Nou ja, vooruit maar.

Toen ik terug kwam met de auto, samen met Vita die achterin zat, liep ik eerst met haar op mijn arm nog even naar de bakker bij ons op de hoek en bestelde twee halfjes Amber en één Spelt eierkoek. Vita kon nog niet echt praten, wel begon ze steeds meer woordjes te zeggen. Ik probeerde zoveel mogelijk normaal met haar te communiceren, voor zover dat ging natuurlijk. Ik behandelde mijn kinderen eigenlijk altijd als volwassenen. Maar dan wel hele lieve en tere volwassenen, die ik veel troostte, veel knuffelde, veel kusjes gaf op hun wang of voorhoofd of buik, die ik overal mee naartoe sjouwde, aan wie ik verhaaltjes voorlas, voor wie ik me voordeed als een boze heks en dreigde om ze in de oven te doen als een spelletje, met wie ik op het grote bed lag te kroelen, met wie ik naar de speeltuin ging en ze duwde op de schommel of hard meetrok als ze op de kabelbaan zaten of juist rustig ronddraaide in het kleine draaimolentje als het Vita betrof, die een nog kleiner mensje als haar grote zus was en voor wie het allemaal ook wat rustiger aan moest, ook vanwege haar karakter, gelukkig maar, want twee turbo motoren zoals Gioia die bezat zou ik niet aankunnen, daar zou deze oude man aan bezwijken. Vandaar dat ik in de auto, voordat ik uitstapte om naar de bakker te gaan, me naar Vita omdraaide en gewoon vroeg of ze een krentenbol wilde, waarbij ze duidelijk haar hoofdje schudde, “of wil je een eierkoek?”, waarna ik haar even zag twijfelen, ze wilde bijna nee schudden, dat was haar natuurlijke impuls op dit moment, het was een fase, dat wist ik wel, tot ze voorzichtig ja knikte, waarna ze me een beetje verontschuldigend, bijna beschaamd aankeek, jawel, ze was nog maar één jaar, een heel klein mensje, maar god, dat deed niks af aan wie ze was of wie ze zou worden, al vanaf haar geboorte was ze er, net als Gioia, daar veranderde het leven niks aan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.