DittisnietMijnoma

“Gaat alles goed met u?”

“Ach, ik zit m’n tijd uit.”

“Wilt u niet wat eten?”

“Ik heb geen trek”

“Zal ik dan wat te drinken voor u inschenken? U moet echt goed drinken hoor, dat is belangrijk. Drinkt u wel?”

“Ja, dat geeft toch niet, iedereen drinkt toch wel.”

Ze draagt een lange bruine bontjas met daaronder kleren van de vorige dag. Daar zag ik haar laatst ook al in. Ze zit op het balkon nog te genieten van wat laatste restjes zomerzon. Naast haar op de grond staat een lege fles port. Ik schenk een glas water in, ze ruikt er even aan en zet het weg.

“Geniet er maar van nu je nog jong bent”.

“Hoe was het toen u jong was”?

“Toen waren we samen.”

“We hebben het er wel over gehad. Wie er eerder zou vertrekken. Voor hem zou het veel makkelijker zijn geweest. Hij zou gewoon een nieuwe vriendin hebben genomen. Er waren er genoeg die bij hem op de praktijk kwamen en hem leuk vonden. We wisten allebei dat ik het er moeilijker mee zou hebben.”

“U heeft toch nog wel familie die u ziet?”

“Ja, maar die wil ik niet tot last zijn.”

“Kan ik u nog ergens mee helpen?”

“Nee laat me maar, ik zit mijn tijd wel uit.”

“Oké, dan ga ik weer verder.”

“Geniet ervan, zolang …”

“Ja, dat zal ik zeker doen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.