Dood gaan we allemaal

Dood gaan we allemaal

“Wat vindt uw zoon er eigenlijk van, dat u niet meer doorbehandeld wenst te worden?”

“Mijn jongste begrijpt het volkomen en had er dan ook meteen vrede mee. Voor mijn oudste is het iets moeilijker om te accepteren. Hij zegt dat hij mijn besluit respecteert, puur rationeel bekeken. Vanuit zijn hart bezien, zal hij z’n moeder nooit laten gaan. Hij wil voor me blijven vechten, zoals ik dat 50 jaar geleden deed voor hem en zijn broertje.”

“Moet ik uw haren ook wassen?”

“Ja, als je wil graag. Gelukkig zit er nog wat op m’n hoofd, dat kan ik maar beter koesteren.”

Mevrouw moest laatst door de MRI-scan om te kijken of er geen uitzaaiingen waren. Deze werden rond de plek des onheils niet gevonden. In plaats daarvan constateerden ze wel een nieuwe tumor. Nu waren zowel haar longen als dikke darm voorzien van het kapot vretende niemand-weet-hoe-lang-je-leven-nog-duurt-virus.

“Op mijn dertigste had ik ook al kanker. Ik weet hoe het is om bestraald te worden. Drie jaar van mijn leven heb ik gebalanceerd tussen leven en dood. Een pure uitputtingsslag waar ik doorheen ging omdat het moest. Mijn lichaam werd nog slechts aangedreven door een buitenboordmotortje. Eén waarvan de schroef zo lafjes draaide, dat je er zonder gevaar je vingers tussen kon steken.”

“Maar u heeft het goed overleefd dus”, zeg ik met mijn handen in haar haar.

“Ik moest wel. M’n jongste was toen drie jaar oud en m’n oudste zeven. Op de momenten dat ik ging liggen van de pijn en vermoeidheid, ik mijn ogen sloot en me echt niet meer druk maakte of ik ze nog zou openen, dan dacht ik aan hen.”

Ik masseer mevrouws hoofdhuid. Niet uit sympathie, maar gewoon omdat ik dat lekker vind. Heerlijk met mijn vingertoppen over die schedel door dat natte lekker ruikende haar. Het zijn de kleine dingetjes die dit werk aantrekkelijk maken. “Wat vindt uw arts hier eigenlijk van?”, vraag ik met mijn beide middelvingers cirkelend rond haar slapen.

Toen ik mijn huisarts aan de telefoon had en het hem vertelde, vroeg hij: “beseft u dan wel mevrouw, dat u doodgaat?” Waarop ik antwoordde, “dat gaan we toch allemaal dokter”.

“Hij vindt het een moedig besluit. Ik vind het gewoon realistisch en trouwens, ik denk dat mijn haren nu ondertussen wel schoon zijn hoor.”

2 gedachten over “Dood gaan we allemaal”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.