Echte zorgverleners drinken oploskoffie

“Ha daar hebben we meneer de directeur. Hebben ze je weer eens losgelaten?”

“Ja het is weer eens zover.” Dat ik er bijna elke dag op uittrek, weet deze meneer ook wel.

“Zo, jij rook de koffie zeker?”, vraagt de vrouw van meneer.

Mevrouw weet dat ik alleen van echte koffie houd. Helaas is ze slecht ter been en heeft haar man nooit een ei leren bakken. Met veel moeite is het hem gelukt om de waterkoker te hanteren. Dus is het standaard oploskoffie met een roze koek.

“Ja zeker, en de roze koeken zag ik al van drie straten verderop liggen.”

“God moet je nou eens horen, is die thuiszorg failliet, stond gisteren in de krant.”

“Welke thuiszorg?”

“Ja die hier komen schoonmaken. Ik heb toch altijd al gezegd dat het van geen kanten deugde. De meesten hadden nog nooit een stofzuiger vastgehouden en nooit nam iemand eens een lekker kopje koffie van mijn man aan. Had ik je verteld dat er een keer zo’n neger was die me zo een strijkbout in de handen duwde, terwijl hij hem al in het stopcontact had zitten. Nou dan spoor je toch niet of wel?”

Ik heb dit verhaal al vier keer eerder aan moeten horen en besluit nu eens niet in haar geklaag mee te gaan. “Nee, maar dat jij hem van onderen aanpakte was ook niet zo slim.”

“Hey, niet zo bijdehand hè jij. Anders kan je fluiten naar je roze koek.”

Ondertussen blader ik in de zorgmap, kijkend of er meer in staat dan de gebruikelijke twee regels die vermelden dat de steunkousen aan- of uitgetrokken zijn. Toevallig was er gisteren net iemand geweest die zo vrij was hiervan af te wijken. De extra regel die ik las, moest vast zijn neergepend onder het genot van meneers befaamde bakkie oploskoffie.

“Ik lees in de map dat u 20 euro heeft gewonnen met een lot uit de staatsloterij.”

“Ja dat is ook zoiets belachelijks. Staat dat in die map van jullie? Ik heb het idee dat al die thuiszorginstellingen maar wat aankloten. Ik zit hier met bijna twee volledig versleten knieën, met waterbedden als onderbenen, pijn door heel mijn lijf en een scala aan medicijnen waar zwarte piet een jutezak pepernoten mee kan vullen. Bovendien heb ik geen cent te makken en toch weten jullie een plaatje te schetsen of ik zwem in weelde. Twee maanden terug had iemand ook al opgeschreven dat ik geld had gewonnen.”

“Bent u daar dan niet blij mee?”

“Daar gaat het niet om. Ik houd gewoon niet van al die rare vogels die hier maar over de vloer komen, terwijl ze totaal niet gekwalificeerd zijn voor wat ze hier moeten doen.”

“Ben ik ook zo’n rare vogel?”, vraag ik terwijl ik met moeite mevrouws steunkousen over haar enkels wurm.

“Nee, jij bent een van de weinigen die altijd even blijft zitten voor een lekker kopje koffie.”

Met valse bescheidenheid trekken mijn mondhoeken wat omhoog. Vervolgens neem ik voorzichtig een kleine slok van het spulletje waar meneer zo goed zijn best op heeft gedaan. Verwachtingsvol kijkt het echtpaar mij aan.

“En…”, zingen ze in koor.

“Oploskoffie”, zeg ik.

“Is het lekker?”, vraagt meneer.

“Nee.”

De roze koeken kwamen niet meer op tafel. Toen ik de deur achter me dichttrok, wist ik dat ik op hun zwarte lijst van incapabele zorgverleners zou worden gezet. Samen met de neger die een hete strijkbout aan mevrouw overhandigde. Het zal niet lang meer duren of onze thuiszorg gaat ook failliet. Waarschijnlijk door een overvloed aan kritische koffiedrinkers. Een generatie verwend door versgemalen koffiebonen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.