Euthanasie

20130819-113705.jpg

Ik heb net aangebeld en kijk nu op het scherm van mijn PDA. Twintig minuten staat er voor dit zorgmoment. Ik klok in. Terwijl ik mevrouw door het matte glas met haar rollator langzaam aan zie komen rollen, vraag ik me af of ze het erover wil hebben.

“Toch ziet u er nog zo goed uit.” Mevrouw zit aangekleed voor me, geen onbelangrijk detail in de zorg. Ik vind haar er buitengewoon opgewekt uitzien. Naast ons in de woonkamer wordt mevrouws bed opnieuw in elkaar gezet. Twee mannen van de zorgwinkel zijn hiervoor ingeschakeld. Ze hebben uiteraard geen flauw idee waarom dit bed hier neer moet worden gezet.

“Ja dat zei mijn schoondochter ook, waarop m’n kleindochter reageerde: mamm, dat is niet zo slim van je hè, want van binnen is ze heel erg ziek.”

“Ja, nee, natuurlijk, dat begrijp ik. Maar toch lijkt het zo onrealistisch. Nu zitten we hier, en dan te bedenken… O, sorry, moet ik deze stoel hier even voor je weghalen?” De jongste van de twee gasten van het bed probeert zich met het achterstel tussen mij en de muur te wurmen. “Zo beter?” “Ja, zo moet ie wel lukken.”

Ik glimlach naar mevrouw, ze glimlacht terug. “Ik wilde nog even weten hoe het met je gaat, met je huis, je boek en of je tweede kindje al geboren is?” “Ja dat gaat allemaal z’n gangetje. Ik ben inmiddels getrouwd, ik heb nu een huis gekocht en ik woon er alweer een tijdje in, m’n boek zit eraan te komen en mijn vrouw kan elk moment bevallen. Ik heb tenminste nog wat om naar uit te kijken,” zeg ik met enig sarcasme.

Mevrouw moet lachen. “Doet ie het?”, vraag ik aan diezelfde gast die nu met de afstandsbediening het bed op en neer laat gaan. “Ja hoor, hij gaat lekker, hier ben je zo mee omhoog geholpen. Nou mevrouwtje, wij zijn klaar, wij gaan u weer verlaten.” Mevrouw staat op en trekt haar portemonnee. Ze betaalt en geeft ze nog een fooitje. “Dankuwel mevrouw en ik zou zeggen veel plezier ermee.”

We zitten nu met z’n tweeën in de woonkamer. Het hoog/laagbed staat klaar, hij is alleen nog niet opgemaakt. “Die jongens moesten eens weten,” zeg ik met een lach. “Ach ja, ze doen gewoon hun werk,” zegt mevrouw broodnuchter. “Ik denk dat ik ook maar weer eens verder ga. Mag ik u drie zoenen geven?”, vraag ik terwijl ik op mevrouw afloop. “Ja hoor dat mag.” En zo nemen we afscheid. Buiten klok ik gewoon uit, voor de laatste keer.

Dit verhaal is een vervolg op “Dood gaan we allemaal”