Geboren voor het ongeluk

“Ze staken bajonetten door de kolen, rakelings passeerden ze m’n lichaam.”

“En toen?”

“Ja dat waren andere tijden, naar school ging ik niet, daar werd je ook gezocht.”

“U zult niet de enige zijn geweest zonder opleiding, in die tijd.”

“Ik vertrok naar Nieuw Zeeland, weg hier dacht ik. Ik ging mijn heil elders zoeken.”

“Wilt u niet gaan douchen?”

“Ik kwam daar bij een boer, ze zochten knechten, nou dat zag ik mezelf wel doen. Ik had al wel ervaring op de boerderij.”

“Lukt het?”

“Een prima kerel, prima kerel zeg ik je. Alleen zijn vrouw, het zijn altijd die vrouwen. Ik zeg het je.”

“Laat mij maar even.”

“Ik vertelde hem dat ik weer verder ging zoeken. Liet maar in het midden waarom, uit beleefdheid.”

“Moeten al die handdoeken mee?”

“Ah lekker, ohh dit is lekker, ja oe, effe wachten, ja, zo is ie, oef, nog effe hoor, jaaaaaaaaa heerlijk!”

“Is ie niet te heet?”

“Toen ging ik dus bij een opvang voor geestelijk gehandicapten werken, geheel zelfvoorzienend, ik zweer het je. Daar kon ik voor noppes m’n grootrijbewijs halen. Na een jaartje of wat, in 1956 zitten we dan, kwam dat goed van pas. Ik pakte weer eens m’n biezen en werd chauffeur voor een banketbakker. Dat kenden ze daar niet joh, banketbakkers.”

“Kunt u even gaan staan?”

“Ik had inmiddels een Engels vrouwtje en twee kinderen. Maar zij dacht dat het gras bij de buren groener was. Ik moest namelijk elke nacht twee uur op, brood bezorgen. Als ik weg ging kwam de buurman. Begrijp je?”

“Trekt u dit aan?”

“Op een dag was ze vertrokken. Ik kwam thuis, alles weg. Vrouw, kinderen en meer dan de helft van m’n inboedel.”

“Zo, u kunt er weer tegenaan.”

“Uiteindelijk ging ik weer terug naar Nederland. Daar trouwde ik opnieuw. Zij stierf aan de drank, ze was alcoholist.”

“Ik ga weer verder, tot ziens!”

“Vrouwen, ik zeg het je, altijd die vrouwen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.