Alleen de gekken zien Hem

gebroken brood

Het is zondag, een rustige dag. Ik fiets door de wijk, op weg naar mevrouw Moon. Het is nog tamelijk leeg op straat, langzaamaan verschijnen er wat auto’s en fietsers. Voor de kerk zie ik een groepje mensen verzamelen en als ik verder fiets zie ik wat oudere stellen ook die kant opgaan. Eén man zie ik alleen richting het gebedshuis lopen, of eigenlijk meer strompelen. Een stevige bries van hogerop houdt hem op de been.

“Wat kom je hier eigenlijk doen,” vraagt mevrouw Moon als ik eenmaal in haar stoel vol kattenhaar zit en wat in mijn tas grabbel. “Nou, ik kom sowieso even uw ogen druppelen,” en ik vis het oogdruppelflesje uit mijn rugzak. “Soebidoe?”, vraagt mevrouw. “Nee, sowieso,” zeg ik met een lachend zuchtje erachteraan en ik druppel haar ogen. In de kamer staat de televisie aan op de kerkdienst van de Evangelische Omroep. Het koor zet een lied in en tegelijkertijd begint mevrouw over haar kat die naast haar is komen zitten op de bank. “Laatst had ze zichzelf buitengesloten,” vertelt ze me. “Uw kat?”, vraag ik verbaasd. “Ja, ze had geen sleutels bij zich. Maar gelukkig kwam toen één van die mensen, die ook altijd eten voor haar opwarmen, met een sleutel aanfietsen.

“Een sleutel voor de warme maaltijd van uw kat?”, vraag ik inmiddels niet meer verbaasd. Een goeie glimlach kan ik nu niet onderdrukken. “En toen?”, vraag ik nieuwsgierig, hunkerend naar nog meer fantasie.” Nou, die man heeft toen die katten tussen de deur gedaan.” “Die kranten bedoelt u,” tussen mevrouws buitendeur en het kozijn zie ik in ieder geval allemaal kranten geklemd zitten. “Ja die dingen met letters enzo, nou ja, ik weet het ook allemaal niet meer.”

Ik word steeds vrolijker van mevrouw en ik vermoed dat ze mijn ogen kan zien twinkelen. In ieder geval zegt ze ineens: “Ik ben gek hè?” “Ja, maar dat is toch mooi,” zeg ik oprecht en geamuseerd door deze uitspraak. “Ik ken genoeg normale mensen, althans mensen die doen of ze normaal zijn. En daar is niks leuks aan. U bent juist geweldig!”

“Wist je dat God daar is,” zegt ze na een korte stilte. “O ja?” vraag ik. “Kijk, nu staat ie op,” ik zie een pastoor op de televisie opstaan en naar een groep netjes geklede kinderen lopen. “Dat is Jezus,” maakt ze er nu van. “Is het nou Jezus of God?”, vraag ik glunderend van mevrouws fantastische woorden. De pastoor op tv zit inmiddels midden in een preek. Op de toon van een schoolmeester tijdens een begrijpend-lezen-les, praat hij tegen het groepje kinderen:

“…en Jezus brak het brood, het brood van de liefde, in heel veel stukjes. Iedereen gaf hij een stuk van dat brood, en zo gaf hij een ieder een beetje van zijn liefde. Zo kunnen wij ook ons brood delen met iedereen om ons heen, en zo héél veel liefde verspreiden, over de héle wereld.”

“Ze zijn er allebei,” zegt mevrouw. En eventjes, geloofde ik haar.

2 gedachten over “Alleen de gekken zien Hem”

Reacties zijn gesloten.