Golven

Golven

“O, ik had net eigenlijk afgebeld,” zegt mevrouw terwijl zij mij in zich opneemt. “Maar je mag wel binnenkomen hoor.” Als ik binnen mijn jas uittrek en een stoel zoek om hem overheen te gooien, praat mevrouw ondertussen door. “Ja normaal komen ze me douchen, maar ik heb er nu echt even geen zin in hoor. Ik schaam me elke keer dood. Ik ben zo incontinent als de pest en alles loopt er maar uit als ze met me bezig zijn. Ik kan er maar niet aan wennen.” We zitten inmiddels tegenover elkaar op de bank, ik met de zorgmap op mijn schoot, mevrouw met de inhoud ervan op de lippen van haar tandeloze mond.

“U praat er anders wel erg gemakkelijk over,” zeg ik met een brede glimlach om haar schaamteloze eerlijkheid. Mevrouw heeft een herseninfarct gehad tijdens de operatie aan haar alvleesklier. Toen ze uit de narcose kwam, was haar linkerkant volledig verlamd. Ze moest maar bewijzen dat ze die beroerte zonder de operatie niet zou hebben gehad. Dat klonk nogal ruw, toen ze me dat zei. Maar dit is haar verhaal.

Ik heb altijd veel gewerkt hoor. Ik vond het altijd heerlijk om bezig te zijn. Veel verschillende kantoren heb ik van binnen gezien, veel aardige collega’s meegemaakt en de gekste bazen gekend. Die laatste kwamen meestal uit het Gooi of soortgelijke regionen van het land. Eentje daarvan kom ik nog weleens tegen omdat zijn zus hier vlakbij woont. Hij houdt van golven. Maar dat mocht ik nooit zeggen van hem. “Het is golfen! Dat woord wil ik hier niet horen,” zei hij als ik het over zijn hobby had.

Op een werkdag bij dat bedrijf liep ik mijn baas tegen het lijf en vertelde hem dat ik van het weekend ook eens was wezen, golfen. “O, zei hij, dan hebben wij wat om over te praten. Kom even mee.” Hij nam me mee zijn kantoor in. “Waar ben jij wezen golfen, als ik vragen mag?” “Op Scheveningen.” “In Scheveningen? Ik wist niet dat je daar een golfbaan had. Hoeveel holes heeft die baan? “Achttien”, zei ik alsof het normaalste zaak van de wereld was dat ik op een zaterdag even achttien van die gladgestreken gazonnen afwerkte met een paar golfclubs. “Leuk, ik zocht al een tijdje iets nieuws in deze buurt, kan je het adres misschien even voor me opschrijven?”

“En,” vroeg ik met de wetenschap waar dit verhaal naartoe zou leiden, “kon hij erom lachen de volgende keer dat ie je zag?”

“Nee, het heeft me mijn baan gekost. Ik kwam niet meer bij van het lachen toen hij in zijn kantoortje op bloedserieuze toon vertelde dat hij met een groep golfvrienden, in een speciaal voor de gelegenheid gehuurd busje, aankwam op de midgetgolfbaan.”

“Jezus, dat meen je niet, bestaan dat soort mensen in het echt?”, vroeg ik haar vol verbazing. “Ja, helaas wel, als ik hem nu tegenkom, buiten in mijn rolstoel, gunt hij me nog altijd geen blik waardig. Ik hoorde laatst van zijn zus dat zijn vrienden hem nog steeds elk jaar voor z’n verjaardag glow-in-the-darkgolfballetjes geven.”

Ik laat het verhaal nog even op me inwerken en sta dan voorzichtig op. “Sorry, maar ik moet nu echt gaan.” “Nee natuurlijk. Sorry dat je me niet hebt kunnen douchen.” “Ach ja, maar we hebben wel gelachen toch?” “Ja inderdaad, dankjewel, dit is ook eigenlijk alles wat ik nodig heb, dankje.” “Doe niet zo gek,” zeg ik met een blos op mijn wangen. Ik geef haar een hand en vertrek. Op de fiets naar huis voel ik mijn ogen glazig worden, tot ik weer denk aan het golfverhaal. Een brede grijns verschijnt en is tot aan huis toe niet meer van mijn smoel te krijgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.