Gouden vleugels

Het volgende gedicht is geïnspireerd op een bijzonder meisje uit Den Haag. Op een avond nadat zij met een vriendin wat was wezen drinken in de stad moest ze met de tram terug naar huis. Haar tram had een storing waardoor ze een andere moest pakken. Dit betekende dat ze moest overstappen op een van de meest ongure plekken van Den Haag. Nadat ik met haar aan de telefoon zat werd ze hardhandig berooft door drie grote negers en moest ze rennen voor haar leven. Op blote voeten rende ze naar huis nadat ze haar pumps had uitgetrokken. In plaats van de dader op te sporen en hem te vermoorden schreef ik het volgende gedicht:

Veroordeeld door een onbekwaam jurylid,
Onbevlekt van geest,
Eeuwig licht uitstralend,
Het is lente en zij bloeit,
Maar hij ziet dit niet,

Verblind door duisternis,
Zijn geest vervuild,
Valse klanken dreunen op haar hoofd,
Haar mooie melodieën verdoofd,
De schone ziel huilt,

De engel met verkrampte vleugels,
Rent weg op haar gouden voeten,
De duivel probeert haar te achterhalen,
Wil engelen verkrachten,
Niet wetend dat hij al tijdens zijn helse leven op aarde zal moeten boeten,

Een zielig bestaan is het dat hij leidt,
Van jongs af aan zonder liefde en licht,
Niemand voor wie hij zwicht,
Maar ook geen moeder of zon die hem ooit met warmte verblijdt,

Hij wil de vleugels van engelen stelen om naar het licht te vliegen,
Maar zij zijn van goud, bedekt met onverwoestbaar mooi kristal,
Ze zullen uiteindelijk altijd verder vliegen,
Het is alleen zichzelf die hij van een stukje ziel berooft, en alsmaar blijft… en blijft bedriegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.