Het geldkistje

“Zorgmap? U moet het verkeerde adres hebben, ik weet niks van thuiszorg of een map af.”

Brutaal steek ik mijn hoofd door haar deurportaal naar binnen. Naast wat prularia verspreidt over de vloer: wat dode bloemen, een witte hond (nog in leven gelukkig), een drijvende goudvis (helaas) en koffievlekken in het tapijt, zie ik ook de zorgmap liggen.

“Daar ligt uw map, ik neem even een kijkje.”

In het zorgplan staat vermeld dat mevrouw haar medicijnen in moet nemen. Er staat bij dat er een geldkistje op een kast in de slaapkamer staat, met daar haar pilletjes in. Dit is een oplossing die moet voorkomen dat mevrouw zelf al haar medicatie achter elkaar inneemt. De enige kast die ik echter zie staan, is er één van drie meter hoog. Daar kan ik zelfs niet bij.

“Wat bent u aan het zoeken?”, vraagt mevrouw als ik door haar slaapkamer loop.

“Ik zoek een geldkistje?”

“Ja, die zoek ik ook al heel mijn leven. Als u dat kistje vindt, mag ik toch zeker wel de inhoud ervan hebben?”

“Dat is wel bedoeling ja.”

Na het hele huis doorzocht te hebben, inclusief de koelkast met alle vriesvakken eronder, stuit ik uiteindelijk op het geldkistje. Niet op de kast in de slaapkamer, maar in een kast in de woonkamer. Het kistje zit niet op slot en na het openen tref ik er slechts een horloge in aan.

“Mevrouw, weet u misschien waar u uw medicijnen heeft gelegd?”

“Medicijnen? Ik ben niet ziek hoor, ik mankeer helemaal niks. Ik slik helemaal geen medicijnen. Ik snap ook niet wat u hier nou komt doen?”

Na alle vertrekken in haar woning doorzocht te hebben, besluit ik de zoektocht naar de medicijnen op te geven en door te gaan met punt twee van het zorgplan: mevrouw helpen met douchen. De haalbaarheid van deze doelstelling acht ik echter nog een stuk onrealistischer.

“Zal ik u even helpen met douchen?”

“Wat? Douchen? Ben je gek, dat doe ik allemaal nog zelf hoor. Bovendien heb ik net gedoucht.”

Dit antwoord kon ik van tevoren zelf ook wel invullen. Voor de formaliteit doe ik nog een gooi naar het behalen van punt drie uit het zorgdossier: mevrouw stimuleren tot eten.

Ik loop naar de keuken, op zoek naar wat ontbijt voor mevrouw. Het enige wat ik in alle keukenkastjes aantref is een leeg potje nutella. De koelkast had ik al doorzocht.

“Mevrouw, heeft u niks te eten in huis?”

“Nee, ik moet weer even boodschappen doen. Maar ik heb al ontbeten hoor.”

“Wat heeft u gegeten dan, als ik vragen mag?”

“Gewoon, een bakje met van die harde korrels en wat water. De melk was immers op. Ik heb dit stipt om 08.00 uur ingenomen.”

Ik vraag maar niet of het gesmaakt heeft. Het is mij wel duidelijk wat voor een ontbijt mevrouw genuttigd heeft.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.