Het houten been

Mijn bovenbuurman had een houten been. Heel vervelend. Vooral zonder bekleding op traptreden van een gedeelde trapopgang, welke grensde aan mijn kamer. Vaak lag ik ’s morgens, op ochtenden dat mijn tante moest werken, alleen in huis. Als het been naar beneden kwam, kroop ik onder mijn deken. Ik was bang van het geluid dat van zijn stappen kwam. Bij elke tweede stap die hij zette, massief spar op holle esdoorntreden, trilde mijn bed. Er vielen dingen van mijn kledingkast. Dingen die ik mij nu niet meer kan herinneren. Soms kwam ook de klok van de muur zetten.

Ik lag diep weggedoken in een holletje, in volledige duisternis. Daarin voelde ik me veilig. De tijd was omver geworpen en voor m’n gevoel bleef ik uren onder m’n deken liggen. Zo klein mogelijk opgevouwen.

Ik sliep dan half. Of sliep ik? Ik vraag het me nog steeds wel eens af. Of ik wakker ben of niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.