Het matras

Mijn oudste dochter ligt tussen ons in en begint te snurken. Met veel tegenzin probeer ik een cadans te vinden in de nasale tonen die ze produceert. Dan begint mijn vrouw ook te snurken.

“Wat ga je doen?”

“Ik ga op het matras liggen.”

“Nee!? Dat meen je niet.”

Mijn ouders hebben op mijn verzoek ‘het matras’ gebracht. Het is zoiets als ‘de bank’, maar toch wezenlijk anders. De bank is een plek waar je voor straf moet gaan liggen. Een comfortabel matras is een heerlijk toevluchtsoord.

“Als je het doet, laat je me echt in de steek.”

Ik sta al aan het voeteneind.

“Je maakt de baby wakker.  Als zij wakker wordt… Nee, je kan het echt niet doen. Ik heb haar al de hele dag zitten voeden, ik kan niet meer.”

Ik kruip nog even terug ons bed op om mijn kussen te pakken.

“Ze wordt niet wakker. En als ze wakker wordt, komt het niet door mij.”

“Je bent echt de grootste egoïst die ik ken, weet je dat?”

Voorzicht loop ik de babykamer in. Gelukkig staat haar nachtlamp aan, een lichtgevend konijn. Terwijl ik het matras achter haar bed vandaan trek, let ik voortdurend op haar gezichtje. Ze blijft roerloos liggen. Geruisloos verplaats ik het matras naar de kamer van haar zus. Daar ligt het nog vol speelgoed. Ik schuif een hoop duplo en puzzelstukjes weg. Elk dingetje wat een ander dingetje aanraakt lijkt een enorm kabaal te maken.

Als ik voldoende ruimte heb vrijgemaakt, laat ik het matras langzaam zakken. Ik leg mijn kussen neer en bedenk dat ‘mijn’ deken nog in ‘onze’ slaapkamer ligt. Ik loop terug om het te pakken.

“Vuile egoïst,” zegt ze nogmaals als ik het aparte deken van ‘ons’ bed trek.

Eindelijk ga ik op het matras liggen. Maar ik ben te onrustig om een oog dicht te doen. Ik kijk naar het beetje licht dat door het bovenraam tussen de twee kinderkamers naar binnen schijnt. Dan begint het onvermijdelijke.

Ik verzamel moed en loop naar mijn vrouw.

“Ze huilt,” zeg ik.

Ze staat op en we beginnen te dansen door de hal. Het volume gaat omhoog. Ik probeer haar nog te kalmeren, maar de drugs, de hormonen, de rode lap die ik ben. Even valt het stil, ze staat bij de huilende baby. Ik ga weer liggen op het matras. Maar dan vliegen de schuifdeuren open en we dansen, we dansen.

Tot ze gaat voeden en de baby weer in slaap valt. Mijn hartslag piekt, de hartslag van het gezin piekt.

Misschien moet dat matras maar terug naar mijn ouders.