Hoe ik op de Facebook-tijdlijn van Gregory terecht kwam

20131006-113733.jpg

Een goed vrijgezellenfeest is pas geslaagd als je je er nog maar weinig van kunt herinneren. Daarom mag ik dankbaar zijn voor degenen die me onlangs om deze reden naar de klote hebben geholpen. Ze hebben me thuis ontvoerd, in een monnikenpij gehesen, achter in een busje gesmeten en “o wacht, pak een paar oude schoenen want hij gaat nat worden!”, naar mijn vrouw geroepen. Natuurlijk, ik ben al getrouwd, maar dat was voor mijn vrienden geen reden om toch nog eens goed te gaan proosten op ‘de vrijgezel’.

Het enige moment dat mijn heilige jas uit mocht, was tijdens het raften. Oké, ik werd nat. En de rest van het feestje heb ik het ook niet meer droog gehouden. Rijkelijk vloeide het wijwater mijn mond in. Ergens na het etentje, na de derde kroeg, ging na een goed glas whisky bij mij het licht uit. Mijn trouwe discipelen zouden mij van alles wijs kunnen maken over wat er daarna allemaal gebeurd is. Als ze zouden zeggen dat ik slagroom uit de navels van verschillende vrouwen heb gelikt, zou ik ze geloven. Als ze zouden zeggen dat ik in de Geleenstraat, de wallen van Den Haag, bij drie kamers naar binnen ben gegaan en elke keer naar buiten kwam met de woorden “O mijn god!”, zou ik ze ook geloven. Ik zou ze zelfs geloven, als ze zouden zeggen dat ik me daadwerkelijk Jezus waande en midden op een trambaan meerdere trams heb laten ontsporen.

De flarden die ik me kan herinneren wezen echter niet in die richting. Ik weet nog dat ik vrienden een arm om de schouder sloeg met de woorden: “Wat is het toch lang geleden, maar het voelt meteen weer zo vertrouwd, ik vind het…” Waarna ik een hap lucht nam, een slok van mijn bier en vervolgde met: “…gewoon echt tof je weer te zien!”

Ik weet nog dat de uitsmijter van het Paardcafé mij de toegang wilde weigeren. Waarop ik met hem in discussie ging en als voornaamste wapenfeit mijn huwelijkse staat en gezinssituatie in de strijd gooide. Als een soort bewijs van volwassenheid. Hij liet me echter toch het stenen trappetje voor de ingang op en af lopen. Het was dus iets anders dan mijn leeftijd waaraan hij twijfelde.

Ook weet ik nog dat ik heel veel meisjes heb gesproken. Elke keer als ze vroegen waarom ik aanhad wat ik droeg, antwoordde ik met: “Ik ben vrijgezel.” Een tijd lang liet ik ze dan in die waan. Het voelde vertrouwd, als vroeger. De spanning die zich opbouwde, het verlangen, de lust, de zeven hoofdzonden. Tot ik er uiteindelijk, kom op zeg, abrupt een einde aan maakte. “Maar eigenlijk ben ik al getrouwd en heb ik twee kinderen,” zei ik dan trots. Waarna sommige meisjes vroegen: “Maar hoe oud ben je dan?” Dat werkte ontnuchterend.

Aan het eind van de avond, zo rond half zes ’s ochtends, was ik iedereen om me heen kwijt. Ik zwalkte alleen door de stad en werd me door nastarende nachtbrakers weer bewust van mijn bedevaartstocht. “Hey Jezus!”, riep een gast die net de Pijpela uitstapte, de nachtkroeg die toen pas sloot. Hij sloeg een arm om me heen. “Moet je kijken,” riep hij naar z’n vrienden. Een maat van hem kwam met een big smile op me af en sloeg een arm over mijn andere schouder. “Maak een foto, maak een foto!”, gebood hij de resterende drie van de vriendengroep. En zo kwam ik op de Facebooktijdlijn van Gregory terecht. Ik in een monnikenpak tussen twee gasten met een glimmend gebit uit de Schilderswijk. Het had erger met me af kunnen lopen.

– Einde –

Hoe het afliep
Nadat hij mij in mijn hemelse hoedanigheid vereeuwigde, pakte ik een taxi naar huis. Het was een wonder dat de chauffeur me meenam. Ik had namelijk geen portemonnee, geen geld en geen telefoon. Dat lag overigens niet aan Gregory en zijn vrienden, maar aan de gasten die mij de vorige dag in het primitieve gewaad staken.

Ik belde mijn vrouw en mijn twee dochters wakker. Halfdronken en volledig labiel streelde ik mijn oudste dochter nog over haar wang. “Wat wordt ze toch groot en wat is ze mooi,” fluisterde ik half snikkend de oorzaak van dit alles toe, die inmiddels de jongste alweer aan één van haar borsten had gelegd.