In the middle of nowhere

“Als je me die pillen nou nu alvast geeft, hoef je vanmiddag niet meer terug te komen.”

“Nou…nee, ik kom vanmiddag sowieso even langs.”

“Wat zeg je?”

“Dat ik vanmiddag sowieso langs kom!”

“Verdomme.”

“Wat zegt u?”

“Wat zeg je?”

“Ik vroeg wat u zojuist nou zei?”

Meneer mompelt wat. Ik heb hem net een oordruppel gegeven, maar veel meer is hij er niet door gaan horen. Daarnaast is hij ook nog stekeblind. Ouderdom eist zo zijn tol, maar toch is hij nog bijdehand genoeg om op slinkse wijze de aandacht van het gesprek te verleggen.

“Is dit nou jouw werk, of doe je ook nog wat anders?”

“Ja, ik schrijf ook.”

“Wat zeg je?”

“Dat ik ook schrijf!”

“O… toevallig sta ik nu in de krant. Ze kwamen hier laatst bij me langs om allemaal vragen te stellen. Ze hebben me namelijk uitgeschreven uit Den Haag, terwijl ik hier nog gewoon woon.”

“O, hoe heeft dat zo kunnen gebeuren?”

“Het ging even wat minder met me en toen hebben ze mij meteen, buiten mij om, ingeschreven in zo’n verzorgingshuis in Rijswijk. Het ging al snel weer beter met me, dus verhuizen was niet nodig. Maar op papier sta ik ondertussen nergens meer opgenomen als inwoner van Den Haag. Hierdoor kan ik bijvoorbeeld geen huishoudelijke hulp krijgen en ook het busje voor de opvang komt me niet meer halen.”

“Dat is gek, en nu?”

“Wat zeg je?”

“Wat ga je nu doen!?”

“Ik ga zo dadelijk even op mijn scootmobiel naar het graf van mijn vrouw. Dat gaat wel goed hoor. Dat ding rijdt maar 5km per uur. En als ik voor het stoplicht sta kan ik nog net zien of het rood of groen is.”

“Ik bedoelde eigenlijk wat u nu gaat doen gezien u niet meer staat ingeschreven bij de gemeente.”

“Helemaal niks zal ik je vertellen. Misschien laat iedereen me dan eindelijk eens een keertje met rust.”

“Oké, je hebt gelijk, ik ga ook maar eens verder.”

Een paar uur later sta ik weer bij meneer in zijn keuken, om zijn middagmedicatie aan te reiken. En verdomd als het niet waar is, ligt op tafel de krant met heel groot zijn foto in een artikel geplaatst. Meneer zijn verhaal klopt als een bus en eindigt in deze gedrukte versie met de legendarische woorden:

“Dat ik dat nog mag mee maken. Ben ik 92 jaar, woon ik ineens nergens meer. Maar zelfs daar weten ze me nog te vinden.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.