Jehovah’s Getuigen

Ontwaakt

“Hij wil eigenlijk nog even het achtuurjournaal kijken.”

Ik kijk mevrouw aan en zie hoe vermoeid ze eruit ziet. Rood doorlopen ogen, wallen eronder en ze kijkt wat glazig. Ik kijk nog eens naar meneer. Zijn haren staan alle kanten op, zijn gezicht is veel smaller geworden. Ik herken het echtpaar bijna niet meer terug.

De laatste keer dat ik hier was, weet ik dat hun dochter mij een kaartje gaf van een evangelische website. Ik wist toen al dat ze Jehovah’s Getuigen waren.

“Sorry, maar ik moet uw man toch echt al in bed leggen. Ik heb nog meer cliënten die ik moet helpen.”

Met veel moeite probeer ik meneer uit zijn stoel te helpen. Hij kan bijna niet meer op zijn benen blijven staan. Zij begint mee te helpen door aan een arm van haar man te sjorren.

“Laat u hem maar los, laat mij het doen.” Ze luistert niet. “Hoe is uw man hier in de stoel gekomen?”

“Dat heb ik gedaan. Het kostte me wel veel moeite.”

“Dat begrijp ik. Voor mij is het al zwaar. Er moet echt meer zorg komen. Als dit zo doorgaat moeten we straks ook voor u komen. Hoe komt het eigenlijk dat uw man zo hard is achteruit gegaan?”

“Een tijd terug is hij gevallen en is hij aan zijn heup geopereerd. Daarbovenop heeft hij nu ook een blaasontsteking zeggen ze. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk jongen. We hadden nooit gedacht dat dit ons zou overkomen. Je moet er echt van genieten hoor, nu je nog jong bent.”

In de slaapkamer komt mevrouw er ook weer bij staan en helpt mee met trekken. “Waarom gaat u niet even in de woonkamer zitten? Dit is het moment waarop u even rust kunt pakken. Wij komen niet voor niks.” Aarzelend loopt mevrouw weg.

Nadat ik meneer in bed heb gelegd, praat ik nog even na met haar. “Ze zeggen het vaker tegen me. Ik moet leren loslaten, maar ik kan het niet. Vanochtend kreeg ik het spaans benauwd. Er stond eigenlijk een verhuizing gepland naar een verzorgingsoord ergens in de bossen. Alles was door mijn zoon al geregeld, maar ik heb hem gebeld en alles afgeblazen.”

“U moet wel aan uzelf denken. Anders gaat u er echt aan onderdoor.”

“Gelukkig krijgen wij veel hulp van de gemeenschap. Misschien weet je dat niet, maar wij zijn Jehovah’s Getuigen.”

“Ja, dat wist ik al.”

“Ik wilde je nog iets geven, ter inspiratie, voor als jij het ooit moeilijk krijgt. Er staat ook een mooie Bijbelse spreuk in: Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid, een sombere geest verzwakt het lichaam.”

Ze schuift het blaadje naar me toe. “Ontwaakt!”, staat er met grote letters op de cover.

Als ik in de map schrijf om dit bezoek af te ronden, hoor ik haar tegen haar man praten in de slaapkamer.

“Ik had net een fijn gesprek met die jongeman,” en opgewekt erachteraan, “ik heb zelfs nog een “Ontwaakt” verspreid.

Eén gedachte over “Jehovah’s Getuigen”

Reacties zijn gesloten.