Kippehohk

Een deel van mijn jeugd heb ik doorgebracht in een kippenhok. Tot mijn zevende groeide ik namelijk op bij mijn tante in Amsterdam. Ik zal niet ontkennen dat ik lastig was.

De eerste keer weet ik nog goed. Mijn tante had bezoek van een mevrouw. Ze zaten samen in de tuin te keuvelen onder de morellenboom. Ik moest mezelf maar zien te vermaken. Het enige gezelschap dat ik kon vinden, waren naaktslakken.

Stuk voor stuk raapte ik mijn kleine vriendjes uit het natte gras. Met mijn broekzakken uiteindelijk volgeladen liep ik trots op de volwassen dames af. Nog trotser was ik toen er een grote slijmerige massa rond hun voeten krioelde. “Kijk eens!”.

“Wai as de donders”, klonk het meteen. “Mien moestuin, jie klaine snotnuus. Jie gaet ‘t kippehohk in.”

Dat accent kan ik me overigens niet meer herinneren. Maar zonder, kan ik me dit verhaal eigenlijk niet voorstellen. Amsterdams anno 1932?

4 gedachten over “Kippehohk”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.