Kunstgebit

“Wat komt u doen?”

“Ik kom even kijken hoe het met u gaat.”

“Met mij gaat alles goed hoor.”

“Heeft u al wat gegeten?”

“Ja tuurlijk, dat is het eerste wat ik doe als ik uit mijn bed kom.”

“Zoekt u wat?”

“Ja m’n kunstgebit, ik snap er niks van.”

“En u heeft al wel gegeten?”

“Ja, ik eet zo vaak zonder dat ding in?”

“Ligt ie niet boven in de badkamer?”

“Nee, ik slaap beneden en ik heb hem altijd in de keuken in een glas staan. Niet naar boven gaan hoor, want daar ligt mijn kleinzoon te slapen.”

De voordeurbel gaat. Ik doe open voor een man met een fiets aan de hand. Hij vraagt hoe het met Riet gaat en begint vervolgens een verhaal over iemand die ’s morgens opstaat om auto’s te bekrassen. Hij zegt zelf wel wat beters te doen hebben in de ochtend. Hij drinkt gewoon een bakkie koffie en gaat fietsen. Vervolgens fietst hij weg.

“Die gekke daklozen ook hier.”

Nadat ze mij een tweede Senseo geeft, elk gezet met dezelfde pad en twee keer drukken op de knop, zoekt ze verder naar haar gebit. Medicijnen voor de komende dagen ontbreken. Ik bel haar zoon, of hij op de hoogte is van de situatie van zijn moeder.

“Klopt het overigens dat haar kleinzoon hier logeert?”

“Natuurlijk klopt dat. Ik ben toch niet achterlijk!”

Later die dag vond ik een kunstgebit op de motorkap van een auto, onderaan een lange dubbel getrokken kras. Zou dat haar ontbijt zijn geweest?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.