Landingsgestel

Landingsgestel

“Mijn landingsgestel functioneert niet meer optimaal,” zegt mevrouw nog vanonder haar deken.
Ik moet lachen om haar bizarre vergelijking. “O nee?”, vraag ik.
“Nee en het jeukt ook nog eens vreselijk,” zegt ze terwijl ik haar deken op en neer zie gaan van haar krabbewegingen.
“Wat vervelend mevrouw.” Ik probeer m’n gezicht in een nietszeggende plooi te houden, om niet te verraden dat ik mevrouws gekrab als onsmakelijk ervaar.
“Daar word je toch gek van,” moppert ze, waarna ze haar deken eindelijk van zich afgooit.
“Ja dat kan ik me voorstellen.” Maar eigenlijk kan ik me er helemaal geen voorstelling bij maken. Gelukkig maar. Knappe vent die zich zoiets wel kan indenken. In zulke situaties reageer ik maar zo snel mogelijk, voordat er allerlei visualisaties opborrelen.

“Dit broekje mee?”, vraag ik met inmiddels een luier in mijn hand, om te gebaren dat we maar eens naar de badkamer moesten gaan.
“Ja ‘t moet maar. Ik heb de apotheek gebeld voor een andere maat, maar het schijnt niet tot ze door te dringen dat ik geen maat groter wil, maar een maat dikker.” Mevrouw hijst zich op de rand van haar bed. Ze weegt meer dan honderd kilo. Ik moet mijn eigen gewicht in de strijd gooien om mevrouw uit bed te trekken.

Mevrouw loopt met haar rollator achter mij aan naar de badkamer. Het eerste wat ik doe is de ventilatie daar aanzetten. Als mevrouw eenmaal stabiel voor me staat en haar handen aan de wastafel klemt, trek ik haar luier naar beneden. Twee rukjes volstaan om het elastiek over haar heupen te laten glijden, de rest doet de zwaartekracht. Als een natte spons valt haar pamper voor volwassenen op de grond en een geur van onverschoonde kattenbak vult de sanitaire ruimte.

“Ik moet eerst nog even op het toilet hoor,” zegt mevrouw zuchtend en steunend.
“Zal ik deze dan vast even weggooien beneden?”, zeg ik terwijl ik naar de vuile inco voor mijn voeten kijk. Ik wil dat ding zo snel mogelijk uit deze ruimte hebben. De geur die er vanaf komt is penetrant, het is niet te doen om hierin te werken.
“Nee joh, ben je gek. Dan moet je alleen maar extra traplopen.”
“O maar dat vind ik geen enkel…”
“Jeetje mina….,” mevrouw begint ineens te persen. De onfrisse geur die vanaf de badkamervloer opstijgt, gaat nu gepaard met geluiden die ik zelfs van mijn vrouw onsmakelijk zou vinden.
“Zal ik even weggaan?”, zeg ik terwijl ik aanstalten maak.
“Nee, ik ben al klaar.” Mevrouw trekt een paar velletjes toiletpapier van de rol en veegt onbeschaamd voor mijn neus haar kont af.
“Zet dat ding maar aan hoor,” waarmee ze de douche lijkt te impliceren.

Gegijzeld door mevrouws stank en haar dwingende toon antwoord ik: “Ja, natuurlijk,” waarna ze zich met haar ongewassen handen aan mij optrekt. Ik neem de vrijheid om achter haar rug toch nog even door te trekken alvorens ik de douche aanzet. Ondertussen rolt mevrouw haar eigen urine op, de ballast van de nacht, vastgezogen in een ultra absorberend broekje. Helaas is het broekje net een maatje te dun. Ik kijk niet naar de inhoud en probeer mijn gedachten te verplaatsen. Toch kan ik mij niet ontrekken aan het idee dat dit alles jeuk aan haar landingsgestel in de hand werkt. Je zal maar de hele nacht met zo’n vracht hebben rond moeten vliegen.