Lowlands

Lowlands-logo

We spreken half tien af voor de Alpha-tent. Want, tien voor tien begint Stromae. Als mijn vrouw en ik aankomen puilt de tent uit. We lopen langs de zijkant naar voren, maar ver komen we niet.

“Dit gaat niet lukken hoor,” zegt ze.
“Nee, godverdomme, kutzooi.”
“Rustig maar, anders gaan we toch op de helling staan en kijken we via het scherm.”
“Nou, laat dan maar zitten.”

Geforceerd wurm ik me nog langs een paar mensen, maar besef snel dat het echt een verloren zaak is. Chagrijnig loop ik terug naar m’n vrouw, passeer haar zonder haar aan te kijken en marcheer stoïcijns de tegengestelde richting van de Alpha-tent op.

“Nou kom op,” zegt ze als ze weer bij me is, “stel je niet zo aan. Dit gaan we niet doen hoor.”
Ik zwijg.
“Wat is er aan de hand?” Vraagt ze.
“Ik had het gewoon graag willen zien,” zeg ik.
“Als je het zo graag had gewild, had je er ook zelf voor kunnen zorgen dat we op tijd weer terug gingen. Kom op zeg, hier heb ik echt geen zin in. Laten we een kop koffie halen en bedenken waar we heen gaan.”
Ik knik.

Enigszins geërgerd loopt ze vooruit en slof ik er ongeïnteresseerd achteraan. Als we onze koffie hebben, staan we tegenover elkaar.

“Nou is het klaar hoor,” zegt ze. Op dat moment komt er een vrolijk stel voorbij lopen en de man daarvan legt een hand op elk een schouder van ons.

“Love is in the air,” zegt hij zingend. Zijn vriendin of vrouw kijkt vrolijk terug over haar schouder. Mijn vrouw moet lachen. Ik tover wat geforceerd de kuiltjes in mijn wangen tevoorschijn.

“Ik weet het,” zegt ze met het programmaboekje in haar hand, “we gaan naar de Comedytrain. Dat is hier in de Julliet. Het begint over een half uurtje. Maar ik denk dat we nu al in de rij moeten gaan staan. Oké?”

“Ja is goed.” Ik slenter achter haar aan tot even voor de kudde mensen.
“Kom, sluit nou aan,” zegt ze.
“Laat me even. Ik wil even rustig m’n koffie drinken.”

Kort nadat ik een sigaret heb opgestoken komt er een gast naar mij toe en vraagt om een vuurtje.

“Ben je alleen?” Vraagt hij.
“Nee, met mijn vrouw,” ik wijs naar de rij.
“Je vrouw? Ben je getrouwd?”
“Ja.”
“Je ziet er niet uit als iemand die getrouwd is.”
“Ik ben niet alleen getrouwd, ik heb ook twee kinderen.”
“Wat? Hoe oud ben je dan? Ik dacht je zou wel iets van vijfentwintig zijn.”
“Nee, ik ben negenentwintig.”
“Nou, dat is nog jong, voor twee kinderen.”
“Hoe oud ben jij?”
“Negentien. Als ik achtentwintig ben dan ga ik pas aan kinderen denken. En dan stop ik met roken.”
“Ik ben net begonnen.”
“Nee dan stop ik met alle shit. Gebruik je weleens cocaïne?”
“Nee nog nooit gebruikt.”
“Het is echt geweldig spul. Je voelt je er heerlijk door. Je hebt geen last meer van je rug, van je voeten of wat dan ook.”
Ik kijk even kort naar mijn vrouw. Ze kijkt me aan met een blik van wat is dat voor een gast.
“Wil je wat?” Hij haalt een pasje uit z’n portemonnee en legt er een hoopje poeder op. Met een ander pasje verdeelt hij de drugs en maakt er een lijntje van.
“Hier,” zegt hij.
Alsof het een routineklusje is, buig ik me voorover en snuif de cocaïne naar binnen. Dan gaat de tent open en kan de comedyshow beginnen.