Luisterboek

bijbel-vergrootglas

“Kunt u mij wel zien?”

“Ik zie je contouren, maar je gezicht blijft een waas.”

“Vindt u het vervelend dat u minder ziet dan vroeger?”

“Ach, je leert er mee leven. Ik heb zo’n apparaat waardoor ik gelukkig nog steeds kan breien.”

Mevrouw wijst naar een monitor schuin achter haar. Onder het scherm bevind zich een vergrootglas met daaronder haar breiwerk.

“De meeste mensen gebruiken dat om te lezen,” zeg ik.

“Ik ben nooit een lezer geweest. Ik moet iets om handen hebben. Maar sinds ik dat apparaat heb, ben ik naar boeken gaan luisteren.”

“Naar luisterboeken?”

“Ja. Zo kan ik breien en lezen tegelijk. Vroeger breidde ik alleen, als ik even niet met de kinderen bezig was.”

“Ik heb zelf ook twee kinderen. Twee meisjes. Eentje van bijna drie en eentje van een halfjaar. Ik heb er ook behoorlijk mijn handen vol aan. Hoeveel kinderen heeft u?”

“Ik had er elf. Twee ben ik er helaas al verloren.”

“Elf?”

“Ja, en die woonden allemaal hier.”

“Hier?”

“Ja, ongelooflijk hè. Er zijn drie slaapkamers. Eentje was voor mij en mijn man, eentje voor de meisjes en eentje voor de jongens. Ik had vijf meisjes en zes jongens. Hier, moet je kijken,” mevrouw haalt een opgespelde broche van haar trui. “Dit zijn elf melktandjes, van elk kind één. Mijn oudste zoon is goudsmid en heeft dit voor mij gemaakt.”

“O… bijzonder. Maar elf kinderen, in dit kleine huisje, hoe hou je dat vol. Ik wordt al gek van twee. Zij hebben elk een eigen slaapkamer en toch is het huis soms nog te klein.”

“Ach ja, zo ging dat vroeger. Ik had altijd vier kinderen gewild, maar mijn man was streng gelovig. Ik ben nu dolblij dat ik ze heb hoor, met alle negen die er nog over zijn.”

“Dus van uw man en de kerk moest u doorbaren? Ongelooflijk. Ik vraag mijn vrouw om er alsjeblieft mee op te houden.”

“Ja tegenwoordig is het heel anders. Sommigen van mij hebben bewust geen kinderen genomen. En degenen met, die hebben er allemaal twee.”

“U heeft het toch volgehouden. U ziet er nog goed uit voor uw leeftijd.”

“Ik doe mijn best. Gelukkig kan ik nog breien.”

“En lezen. Wat leest u nu?”

“Een detective. Erg leuk en spannend. Hier, ik zal je laten zien wat ik allemaal heb gelezen,” mevrouw pakt een schrift van haar bureau. “Alles heb ik bijgehouden, inmiddels sta ik op negenhonderdvijfenvijftig.”

Ze kijkt naar me. De verbazing op mijn gezicht zal ik voor haar opschrijven. Wie weet leest iemand het haar nog eens voor.