Mijn moeder was geen vrouwtje

Mijn moeder werkte in een kroeg op de Nieuwendijk in Amsterdam. Een veilige haven voor zeelieden. Minder veilig voor vrouwen. Ook zij viel ten prooi.

Mijn vader was zoals elke zeerot, onbetrouwbaar. Een vrouwtje hier, een vrouwtje daar.

Toen mijn moeder op haar naïviteit werd gewezen door ander zeetuig dat de kroeg aandeed, dumpte ze meteen mijn vader. Nooit in mijn leven zou ik hem te zien krijgen.

Ik groeide op bij mijn oom en tante, in een kippenhok. Mijn moeder trouwde opnieuw een zeeman. Tijdens de oorlog vervoerde hij wapens voor de geallieerden.

Midden in de Hongerwinter, ontving zij een pakketje voedsel vanuit Engeland. “Your husband is doing well, warm regards from Jennifer”, stond er in een bijgevoegd briefje.

Mijn moeder mieterde al het eten weg. Ook al stierven wij van de honger.

Na de oorlog zocht ze haar man op en trok hem bij de oren van het schip. De complete scheepsbemanning hield de adem in.

Mijn moeder was misschien naïef. Maar ze was absoluut geen vrouwtje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.