Mijn moeder

Mijn moeder was er niet voor me, die werkte dag en nacht in een Amsterdamse kroeg op de Nieuwendijk. Daar kwamen alleen maar dronken zeelieden die op het vaste land geen koers konden houden. Mijn moeder ontmoette in deze kroeg mijn vader, vers aangespoeld, verdwaald als een vis op het droge. Zijn ongeschoren gezicht, kleding die rook naar exotisch koraal, deed haar verlangen naar romantische kustplaatsen en avontuurlijke reizen. Veel verder dan een hotelkamer op het damrak, kwam ze met hem echter niet.

Toch bleef ze tijdens koude winters dromen van zwoele zomertochten op een groot schip. In haar slaap kon ze de wind in de zeilen horen klapperen, voelde ze druppeltjes water die ter verkoeling opspatte vanaf het uit hout gesneden boegbeeld. Ze droomde van liefde. Maar al snel kwam ze tot de ontdekking, dat zij slechts een bijrol speelde in de film van mijn vader.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.