Minstens tien meter

“Ben je nou alweer gegroeid?”, vraagt de één.

“Ik ben bang van wel mevrouw. Ik denk dat ik één van die zeldzame mensen ben die maar door blijven groeien. Waarschijnlijk, als ik jullie leeftijd heb bereikt, ben ik wel tien meter.”

De twee dames zitten op de bank, ze nippen eeuwig aan een bel witte wijn. Op de tv staat ‘Barbie’s bruiloft’ aan. Ze hebben duidelijk geen idee.

“Mijn broer was tien meter”, zegt de ander.

“Wat zeg je nou?”, vraagt de één.

“Ja mijn broer was tien meter… niet tien meter lang, maar hij was gewoon tien meter.”

“Ik begrijp niet wat je bedoelt.”

Op de 50 inch flatscreen ragt een gestoorde blondine rete vals op een witte vleugel in een pianowinkel. Ik heb de medicijnen voor de één al in de aanslag terwijl ik ondertussen de ander haar tweede oogdruppels geef.

“Weet je wat ik nou zo jammer vind?”, vraagt de één. “Dat er nou nooit eens een filmopname is gemaakt van een optreden van mij. Ik wil niet hoog van de toren blazen, maar ik speelde vroeger heel verdienstelijk piano.”

“Ja tegenwoordig is dat wel anders, iedereen kan nu filmopnames maken. Toentertijd was je natuurlijk afhankelijk van een handjevol mensen met een camera. Neemt u even uw medicijn in.”

“Waar is dat voor?”

“Hiermee gaat u terug in de tijd en kunt u uzelf weer zien piano spelen.”

“Denk je dat ik achterlijk ben.”

“Neem maar in”, zegt de ander.

“Hoezo? Ik weet niet eens waar het voor is.”

“Het is goed voor je, kijk, ik neem er ook één.”

“Weet je wat ik nou zo jammer vind? Dat er helemaal geen opnames van mij zijn van vroeger. Ik zou mezelf zo graag eens terug willen zien achter de piano.”

Ze begint te zingen: ‘Darling, i’m never lonely, whenever you are in sight.’

“Dank u mevrouw. Wilt u nu misschien uw pil innemen? Daar gaat u heerlijk van dromen.”

‘I love you for sentimental reasons’, zingt mevrouw verder. “Ik trad ook vaak samen met mijn broers op, die speelden allebei een instrument. De één zo’n ding en de ander gitaar waar ik ook weleens op heb gespeeld .”

“En u mevrouw, deed u vroeger ook aan muziek?”

“Nee ik was niet zo slim”, zei de ander.

“En uw broer?”

“Ja die wel, die speelde klarinet.”

“Hoe groot was die klarinet?”

“Wat?”, vroeg de één.

“Neemt u uw medicijn mevrouw, dan zult u het begrijpen.”

Eindelijk nam ze het kleine gele pilletje in. Voordat ik me met een gerust hart kon omdraaien om verder te gaan, vroeg ze nog:

“Weet je wat ik nou zo mis?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.