Opgerookt

“Zo”, ontglipt me als vanzelf. Een stopwoordje gevolgd door een pauze waarin mevrouw mij voorgaat naar de woonkamer. “Goeiemorgen”, zeg ik voor ik mijn jas uittrek. Het blijft stil. Als ik me omdraai kijk ik tegen haar rug aan. Ze zit in haar stoel aan een salontafel vol met rookgerei. “Hoe gaat het met u?”, vraag ik onderweg naar de bank die naast haar staat. Ze trilt een beetje, haar ogen neergeslagen. Ik pak haar steunkous van de bankleuning en wil naar haar linkervoet vragen, tot ik een traan over haar wang zie glijden.

Om dichter bij haar te komen zitten, schuif ik naar het puntje van de bank. Een moment overpeins ik wat te doen en besluit de kous in mijn schoot te leggen. “Het is ook niet makkelijk”, begin ik voorzichtig. Ze snikt, ze voelt mijn nabijheid, mijn openheid. Haar lichaam stelt zich langzaam in om iets van haar af te werpen. “Het is ook veel in één keer, dat wij nu elke dag komen, dat u zo afhankelijk bent geworden,” zeg ik in een poging haar lijden te achterhalen. Tranen rollen nu langs haar beide wangen.

Een moment heft mevrouw haar hoofd. Haar ogen kijken door plassen van ellende. Ze ziet niets. Geen salontafel, geen kamer. Ook ik ben niet fysiek, maar slechts een stem. “En dan die pijn, uw rug,…heeft u er nog zo’n last van?”, vraag ik voorzichtig. Mevrouw begint nu echt te huilen, haar hele lijf beeft. Ze is klein. Zoals ze nu ineengedoken zit zou je haar willen oppakken om rond te wiegen.

Ze veegt wat tranen weg en kijkt me aan. “Je bent een schat, echt waar. Alleen dat is het niet.” Mevrouw kalmeert wat. Ik maak van het rustmoment gebruik door op mijn knieën te zakken. Ik trek haar pantoffel uit. De steunkous die warm in mijn schoot ligt, trek ik bij haar aan. Dit is het kleine beetje dat ik haar kan bieden. Een vertederend moment. Mevrouw begint in ieder geval weer te huilen. Ik wend mijn blik van haar af en mijn ogen glijden langs de verschillende rookwaar op de salontafel. Pas nu zie ik het. Een pakje sigaretten, twee pakjes shag en een blik L&M tabak, allemaal leeg.

Ik kijk mevrouw weer aan. Met een mengeling van schaamte en verdriet zie ik haar lippen trillen. Ze verzamelt moed en na een diepe zucht komt het er eindelijk uit. “Al mijn sigaretten zijn op en ik heb geen geld”, zegt ze met bevende stem. Haar ogen slaan weer neer en ik zie mevrouw verschrompelen tot de laagste valuta die bestaat.

2 gedachten over “Opgerookt”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.