Penen of puntjes?

“Weet jij wat je hier moet doen?”, vraagt mevrouw vanuit haar stoel in de woonkamer. Als zij haar mond opent, heb je het gevoel dat er twee ogen bij je naar binnen priemen. Ze is blind, maar ze heeft een scherpe tong.

“Ja ik kom uw lunch klaarmaken”, zeg ik terwijl de koelkast door mij al wordt doorzocht op onbedorven etenswaar. “U heeft nog twee puntjes liggen, wilt u die hebben?”

“Als je ze eerst even onder de kraan afspoelt?”

Ik kijk bedenkelijk naar de twee langwerpige kadetten in mijn handen. “Weet u zeker dat ik deze twee broodjes onder de kraan moet houden?”

“Broodjes? Ik dacht dat je zei peentjes.”

“Nee, ik zei puntjes.”

“In dat geval kan je ze gewoon doormidden snijden, een beetje boter erop smeren en er eentje beleggen met kaas en de ander met jam. Ook wil ik er een glas melk bij.” De toon waarop mevrouw mij toespreekt is veranderd. Het klinkt of ze boos is op zichzelf omdat ze peentjes in plaats van puntjes verstond. En nu projecteert ze haar frustratie op mij, waar ik prima mee om kan gaan, tot op zekere hoogte.

“Die melk is niet meer goed mevrouw, hij is behoorlijk over de datum.”

“Ja, dat kan ik natuurlijk niet zien. Ik vind dat jullie dat wel in de gaten mogen houden. Jullie zijn toch degenen die elke dag mijn ontbijt, lunch en avondeten klaarmaken.”

Inmiddels is ze aan de keukentafel komen zitten, klaar om bediend te worden. “Wat doe jij eigenlijk voor werk?”, vraagt ze vanaf een stoel nu pal naast mij.

“Dit is mijn werk. En daarnaast schrijf ik ook.”

“Nou dat noem ik allebei geen werk. Had je niet gewoon een vak kunnen leren?”

Ik kijk nog eens naar de puntjes die nu voor mij op het aanrecht liggen, mieter ze terug de koelkast in en pak zonder aarzelen twee winterpenen uit de groentela. Ik serveer ze op een bord terwijl de aarde er nog rijkelijk aanhangt.

“Eet smakelijk!”

“Hey, dit zijn geen puntjes, maar peentjes,” valt mevrouw op.

“Zeg maar gerust penen. Die puntjes waren toch oud en te hard,” lieg ik erachteraan.

“O!? Heb je ze wel netjes afgespoeld?”

“Uiteraard!”

Als mevrouw begint te eten hoor ik het zand tussen haar kiezen knarsen. Bij elke hap die ze neemt zie ik haar gebit zwarter worden. Na één peen met grond en al te hebben verorbert, draait ze mijn kant op. Ik weet nu zeker dat wat ze zeggen over worteltjes, geen fabel is. Ze kijkt me recht in de ogen aan als ze zegt: “Gadverdamme, je hebt dit peentje niet gewassen.”

Maar dit varkentje mooi wel, denk ik op weg naar de volgende cliënt.

 

Eén gedachte over “Penen of puntjes?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.