Rozenkrans

“Hallo, mijn naam is Sander”

“…”

“Ik ben hier om u te helpen”

“…”

“Ik heb hier een lekkere beker thee voor u.”

Het drinken ging moeizaam en duurde erg lang. Op zich had ik de tijd. Alleen zijn vrouw wilde hem per se voor tien uur aan de ontbijttafel. Nog voordat zij naar de kerk gaat.

“Wilt u een stukje ontbijtkoek?”

“…”

Na veel geduld en doorzetten kon ik beginnen met wassen. Toen ik de deken van meneer omsloeg, zag ik zijn linkerhand stevig om een rozenkrans gebald. Alsof hij krampachtig vasthield aan het leven. Toch kon hij de gebedsketting nooit zelf gepakt hebben.

“Dit kan even pijn doen.”

Hij kreunde en zijn spieren over zijn hele lichaam trokken samen. Later zou ik pas ontdekken dat je gesmette liezen soms beter droog kunt föhnen, in plaats van ze af te drogen met een handdoek.

“Zo schat”, zegt zijn vrouw en ze geeft hem een zoen. Ze vraagt mij of ik hem de krant wil geven, hij leest deze immers nog elke ochtend. Eerst moet hij van haar wel even het Onze Vader bidden en hij slaat een kruis. Althans, dat denkt hij.

“Zo meneer, nog wat interessants gebeurd?”

“…”

Hij staart naar één punt. Het is niet de krant.

“Gaat u zo lekker mee naar buiten?”

“…”

Buiten is het koud, hier en daar ligt er nog sneeuw. Ik heb meneer een bontmuts opgezet, maar bedenk dat deze misschien wel van zijn vrouw is. Ik duw hem in zijn rolstoel zwijgzaam voort. Op een gegeven moment ziet hij iets en kijkt naar boven.

In plaats van god, zie ik een ooievaarsnest.

“Daar begint het leven meneer.”

Meneer beweegt zijn lippen van elkaar, het lijkt alsof hij nu echt iets wil zeggen. Ik ga door mijn knieën en breng mijn rechteroorschelp tot vlak voor zijn mond.

“Maak dat mijn vrouw maar eens wijs.”

Het was werkelijk een wonder. Tot op de dag van vandaag, gelooft zijn vrouw mij niet. Zij bidt sindsdien wel dagelijks een extra rozenkrans en vraagt dan wat zij altijd vraagt:

Of hij voor altijd bij haar wil blijven.

Rozenkrans + Crucifix

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.