Sense and simplicity

20131117-221254.jpg

Mijn vrouw is een avondje weg. Natuurlijk, geen probleem. Ik pas wel op de kleintjes. Ze heeft haar etentje met een vriendin, goed voorbereid. Er is voldoende melk afgekolfd met het elektrische kolfapparaat van Philips. “Innovation and you”, luidt de nieuwe slogan van de moeder der Hollandse bedrijven. Mijn vrouw met een lekker stukje innovatie aan d’r tiet. Het is Philips of de baby. Geloof me, de ‘things’ zijn er met de tijd niet beter op geworden. Ook niet simpeler.

Rond vijf uur gaat ze weg. Op dat moment heerst er nog volledige rust in huis. De baby slaapt net en mijn oudste dochter danst in de keuken in haar prinsessenjurk van sneeuwwitje. Er staat nog spaghetti van gisteravond in de koelkast, zodat ik gelukkig niet hoef te koken. Misschien doe ik er verstandig aan om nu alvast te eten met mijn prinsesje. Ik overdenk deze gedachte nog eens terwijl ik naar de tijd kijk. Kwart over vijf, dat is nog wel vroeg om te eten, denk ik.

Ik word al snel uit mijn overpeinzingen gehaald door gehuil vanuit de babykamer. Oké, dan pak ik eerst de baby en wieg haar weer in slaap zodat ik daarna met mijn oudste dochter kan gaan eten en dan kan ik daarna het flesje met de afgekolfde melk aan de kleine zuigeling geven. Maar natuurlijk, de baby valt niet meer in slaap. Nee, deze gaat alleen maar harder huilen. Het begint met krampjes, daarna krampen, tot ze verstijfd als een plank in mijn armen ligt. Ondertussen is sneeuwwitje op de bank gaan zitten. Als ik naast haar plaatsneem met het gekerm nog steeds bungelend over mijn rechter-arm, mijn baby-arm, zie ik dat ze in slaap is gevallen. “Nee, dit gaan we niet doen. Wakker worden!”, zeg ik trekkend aan haar armpje. “We moeten eerst even wat eten. Kom op!”, en ik trek haar van de bank. “Neehee, ik wil liggen,” zegt ze boos en duidelijk vermoeid. Vervolgens gaat ze op de grond liggen met haar ‘nijn’ als kussen. Het is inmiddels zes uur, een mooie tijd om te gaan eten.

Ik laat haar liggen en bedenk wat ik met het onophoudelijke gekrijs van de jongste aan moet. Mijn vrouw vertelde me dat ik het flesje om zeven uur mag geven. Dat is dus pas over een uur. Ik loop daarom nog maar wat op en neer door de woonkamer. Ik versnel mijn pas steeds verder om het huilen op te laten houden. Op een gegeven moment sta ik stil en zie een echtpaar door de vooruit naar binnen kijken. De vrouw wijst naar mijn dochter op de vloer. Ik bedenk wat zij nu tegen haar man zegt. “Kijk, sneeuwwitje. Ze wacht natuurlijk tot een prins haar wakker kust.” Tot ze omhoog kijkt en mij ziet staan met een krijsend hummeltje hopeloos over mijn arm gedrapeerd. “O nee, ze is met haar vader,” verklaart ze de situatie aan haar man. Het is alsof de twee naar een groot 3D filmscherm staan te kijken. Mijn vrouw heeft ons achtergelaten in een modern Disney-sprookje. Als de man vanuit de openluchtbioscoop mij in de ogen kijkt, is de betovering verbroken. Hij beseft ook, dit is bittere realiteit.

Om half zeven besluit ik het flesje toch alvast te geven. Maar ook hier houdt het huilen niet mee op. Die kleine wurm weet niet wat ze met die speen op de fles aan moet. Ze hapt, ze zuigt, ze laat weer los, ze krijst en zo gaat het door. Heerlijk die innovatief afgekolfde melk in een ergonomisch gevormd flesje. Uiteraard kan het niet tippen aan een natuurlijk gegroeide tepel op de zachte ronding van ’s werelds eigenaardigste soort. Toch lukt het me om de melk uiteindelijk in het kleine buikje te krijgen. Ze valt zelfs in slaap.

Ik leg haar weg en warm voor mezelf wat spaghetti op. Ik moet wat eten. Maar al bij mijn eerste hap wordt ze weer huilend wakker. Ik besluit snel wat naar binnen te schrokken alvorens ik haar uit het ledikantje til. Met het gewicht eenmaal weer op mijn baby-arm, loop ik op en neer tot ze stil is. Dan wordt sneeuwwitje wakker. Ik zoek naar een prins, maar in de weerspiegeling van het raam zie ik slechts een kabouter. En dan refereer ik niet naar hetgeen ik nu in de hoogte hou, hoewel zo’n pril leventje soms ook iets gnoompigs over zich heeft.

Ik kom simpelweg lengte tekort. Of in ieder geval ledematen. Toch lukt het me om mijn oudste dochter met één hand, mijn verkeerde hand, in d’r stoel te krijgen en haar daar vervolgens mee te voeren. Na het eten doen we nog een dansje in de keuken. Zij in d’r prinsessen mooie jurk, ik met een puntmuts over mijn punthoofd. Op de bank geef ik haar warme melk uit de tron. Ze valt niet in slaap en de baby wordt weer wakker. Flesje twee gaat net zo soepel als flesje één. Maar inmiddels ben ik ‘numb’.

Als het duiveltje slaapt, breng ik mijn engeltje naar bed. Ze wil dat ik een boek voorlees. Dus dat doe ik. Op het moment dat mijn vrouw de slaapkamer binnenkomt, liggen wij vredig met z’n tweetjes in het kleine bedje van één van de dwergen. “En, hoe ging het?”, vraagt ze. “O, prima,” zeg ik.

Als ik eindelijk in het grote bed lig, soes ik langzaam weg op het geluid dat de innovatieve mechaniek van Philips voortbrengt. Mijn vrouws borsten staan zo strak gespannen dat de druk eraf moet worden gezogen. Normaal gesproken zou ik dit idee nog opwindend vinden ook, zo’n man ben ik wel. Nu verlang ik slechts naar een stukje ‘sense and simplicity’. De slogan waar ons moederbedrijf net vanaf is gestapt. Het lijkt alweer lang geleden.