De verschrikkelijke sneeuwman

Mevrouw ziet me al staan door het cameraatje in het belplateau. Ze ziet een onherkenbare kerel, van top tot teen ingepakt. Met drie truien onder zijn jas waardoor hij nog groter en dreigender lijkt. En dan de klep van zijn pet die zijn ogen bedekt. Ze aarzelt voordat ze de deur opendrukt. “Komt dat mij wassen?”, vraagt ze zich af. Als hij zegt dat hij van de thuiszorg is, doet ze toch open.

“O ben jij het!”, reageert mevrouw verrast als ik mijn muts af doe. Haar geschrokken gezicht ontspant zich. “Ik herkende je niet met dat ding op je hoofd. Wat ben ik blij dat jij het bent. Ik dacht even dat er weer een vreemde vent mij kwam douchen,” zegt ze met een gezicht alsof ze iets zuurs in haar mond heeft. Nog niet zo lang geleden was ik wel die vreemdeling en stonden we samen voor het eerst in haar kleine badkamer. Waarschijnlijk walgden we allebei een beetje van elkaar. Zij van mij als stereotiep idee: de onhandige rauwdouwer met verkeerde intenties die hier alleen maar staat omdat ie geld nodig heeft. Ik van de bruine vlekken op haar zogenaamd schone handdoek, waar ik haar straks mee af moet drogen.

Tegenwoordig nemen we onder de douche de week met elkaar door. Mevrouw vertelt over haar pijntjes en de verschrikkelijke jeuk die maar niet ophoudt. Ik vertel over de zwangerschap van mijn vriendin en over optredens die ik heb gehad. Ze vertelt ook over haar miskramen en haar dochter die zelfmoord heeft gepleegd. Ik vertel over de liefde, maar ook over de ruzie van gisteravond en spreek mijn verwarring daarover uit. Het schrobben van mevrouws rug is slechts de ademsteun van ons gesprek, de lucht waar wij naar zullen terugkeren. Zij waarschijnlijk eerder dan ik. Ze is boven de negentig en nog slechts vel over been. Maar zet mij naakt op die douchestoel, en ik ben niet meer of minder dan dat er van haar over is.

Na het douchen drinken we nog wat en sluiten zo onze sessie af met koffie en gevulde koek. Haar tranen, om haar overleden dochter, zijn weer weggespoeld. Mijn verwarring, over de liefde, is verdwenen. Ik trek mijn twee extra truien en mijn jas weer aan en doe mijn muts op. Klaar voor de sneeuw en een volgende ontmoeting.

Zondagsrust

“Goede morgen Sander, ben je onderweg?”

Onderweg ben ik helaas niet. Sterker nog, voor mijn gevoel ben ik nog behoorlijk ver weg. Ergens tussen waken en dromen met een telefoon aan mijn oor.

“Ik lig in m’n bed.”

“Ja dat dachten we al, je staat gewoon op de lijst hoor.”

“Weet je dat zeker, wacht…. ik zal even in mijn agenda kijken (oftewel, mijn vriendin wakker maken, zonder haar weet ik niks)…

“Zondagsrust” verder lezen

Mijn handen vol

Ze heeft een nog altijd vrij strakke halfdonker getinte huid, een volle coupe van zwart krullend kroeshaar en een paar verbijsterend slank en egale benen voor een vrouw van boven de zeventig. Mevrouws leeftijd is totaal niet af te lezen aan haar uiterlijk.

“Allejezus jong, wat is dat toch lekker hè. Heerlijk die warme straal op mijn lijf.” “Mijn handen vol” verder lezen

Achter een witte baard

“Hij doet echt helemaal niks weet je dat? De godganse dag zit hij maar te zitten en ik moet ‘m maar bedienen. Volgende week gaan we naar Spanje, onze dochter en de kleinkinderen opzoeken. Maar de dokter zegt dat hij niet wordt meegenomen in het vliegtuig als hij niet stopt met drinken. Dat is ook het enige dat hij al die jaren gedaan heeft. Kijk, “Achter een witte baard” verder lezen