Vier hoog

Vier hoog

Deze lift heb ik al vaak genomen, vele mensen heb ik erin begroet en zij mij. Ik ben dan altijd op weg naar dezelfde mevrouw. Zij is niet iemand waar veel over gesproken wordt. Zij is graag alleen, zo veronderstelt men. Zij is geen prater, zij heeft aan een paar woorden genoeg. Zo opent zij standaard met: “heb je weer mooi weer meegenomen?”, als de zon schijnt of “heb je weer slecht weer meegenomen?”, als het regent. Ze sluit altijd af met:

“bedankt en tot ziens”.

Ik loop de galerij af tot bijna achteraan, de zon staat nu vol op deze kant van de flat. Morgen wordt het zelfs dertig graden zei iemand in de lift. De deur staat al open en na deze een klein zetje te geven zie ik mevrouw zitten. Ze zit zoals altijd achteraan in de kamer, in een stoel aan tafel naast het raam. Een beeld dat inmiddels op mijn netvlies gebrand staat.

“Heb je weer mooi weer meegenomen?”, vraagt mevrouw.

“Ja goed hè”, antwoord ik. Daarna is het meteen weer stil. Mevrouw heeft op haar rollator haar breiwerk liggen, nog steeds dezelfde onafgemaakte sjaal van twee jaar terug. Naar het midden toe is het werk steeds slordiger geworden, het heeft iets triestigs, maar ook iets werkelijks en iets moois.

Ik vind mevrouw eenzaam, lees ik in de map, opgeschreven door iemand die mevrouw nog niet zo lang kent. Diegene heeft nog een frisse kijk op de zaak. Als je er lang genoeg komt, zie je de eenzaamheid niet meer.

“Is uw zoon er vandaag ook?”, vraag ik slechts ter controle terwijl ik haar ogen druppel. Ik weet dat hij er is aangezien zijn tas naast de logeerkamer staat, zoals altijd wanneer hij het weekend bij zijn moeder doorbrengt.

“Nee, hij moet de nieuwe studenten rondleiden of zoiets, geloof ik”, is haar vaste antwoord, welk weekend van het jaar het ook is. Ik vraag me af of de eenzaamheid van mevrouw zit in het alleen zijn, of in het alleen voelen.

Wanneer ik bij het aantrekken van haar steunkousen vertel wat ik een tijdje terug heb gekregen voor vaderdag, krijg ik voor het eerst een felle respons in plaats van haar gebruikelijke vlakke antwoorden. Belachelijk fenomeen vindt ze het, vader- en moederdag. Haar kinderen hebben nooit kinderen gekregen, misschien zit daar iets, je weet het niet. Het verhaal van een vrouw van meer dan negentig jaar oud, is moeilijk te omvatten.

Als ik in de map schrijf wat ik hier heb gedaan, kijkt mevrouw zwijgend uit het raam naar buiten. De kerkklok zie je nu niet vanwege het volle bladerdak van de bomen. In de winter kan je altijd zien hoe laat het is, maar voor mevrouw is de tijd niet meer van belang.

Bij het dichtslaan van de map spreekt mevrouw haar standaard slotzin automatisch uit. Deze woorden zal zij niet vergeten: “bedankt en tot ziens”.

“Tot ziens mevrouw, en een fijn weekend”.

 

Eén gedachte over “Vier hoog”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.