Vieze Lieze

“Zo, u heeft hier aardig wat werk hangen. Is dat allemaal van uw hand?”

“Het meeste wel ja. Sommige zijn bewerkingen van mijn vriend Karel Appel. Blader maar eens in dit boek, allemaal werk van ons samen.”

“U bent fotograaf?”

“En kunstenaar.”

“Wilt u douchen?”

“Ja, laten we dat in hemelsnaam maar doen. Vorige week is het ook al niet gebeurd omdat een vrouwelijk collegaatje van jou zo erg schrok van een gebruikt condoom, dat ze verder dienst weigerde.”

“O”

“Ik heb ook nog een leven, snap je?”

“Ja, tuurlijk. Hoe gaat het overigens met uw liezen?”

“Zoals altijd, daar is niet tegenop te smeren. Vieze Lieze had altijd wat.”

“Wat?”

“Ken je dat liedje niet? Dat is natuurlijk van voor jouw tijd.”

Meneer lag inmiddels op bed, zijn benen gespreid. Ik schoof twee latex handschoenen aan, om vervolgens meneer zijn balzak iets van zijn rechterlies te scheiden. De vieze lucht van schimmelend mensenvlees en oude zalfresten bereikte mijn neus. Zijn lies was vurig rood, op sommige plekken open en met hier en daar een korreltje opgedroogd miconazolnitraat.

De week erop stond meneer weer vroeg op mijn route. Dit keer had hij bezoek van een jonge dame. Ze was nog niet vertrokken aangezien hij zijn portemonnee niet kon vinden. Zij rookte een sigaret en zweeg. Oostblok, schatte ik zo in. En ineens zag ik het voor me.

Ik weet niet hoe snel ik het toilet moest opzoeken. Meneer zag het gebeuren en zette de muziek harder. Robert Long, wie had dat gedacht? Een authentieke Appel piekte nog net naar binnen, draaide zich om in zijn graf.

Eén gedachte over “Vieze Lieze”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.