Zes hoog

Soms vraag ik me af of ze de meest demente zo hoog mogelijk willen plaatsen. Zo ver mogelijk van de begane grond waar het leven zo verschrikkelijk normaal is. Of moet ik zeggen zo dicht mogelijk bij de hemel, om de oversteek zo kort mogelijk te houden. Hoe je het ook wilt bekijken, of er nou een idee achter zit of niet, feit is dat ik weer eens op de zesde ben aanbeland.

“Wat kom je doen?”

“Ik kom even kijken of alles goed met u gaat.”

Mevrouw staat anderhalve meter achter de drempel en gebaart me binnen te treden. Nog voordat ik haar appartement binnenloop, bereikt een onaangenaam aroma mijn neusgaten. De lucht is afkomstig van iets niet ver van de dood verwijderd. Ik ga de vrouw voor en kijk argwanend de kamer rond. Gek genoeg zijn de muren hier anders dan het netjes geschilderde stucwerk van de andere verdiepingen in deze flat. De wanden zijn hier van natuursteen.

Pas als mevrouw mij inhaalt, om me voor te kunnen gaan naar de voorkamer, zie ik het. Ze zit volledig onder, van top tot teen. Haar blazer zit vastgeplakt aan haar blouse die ooit wit was. Die zit weer vastgeplakt aan haar broek welke vastzit aan haar ondergoed. De stank is niet te harden.

“Mevrouw, u zit helemaal onder de ontlasting.”

“Wat zegt u nou? Laat me eens kijken… hoe kan dit… ik weet van niks…. Hoe kan dit nou gebeurd zijn? Ik heb helemaal niks gemerkt… dit is nieuw voor mij… ik moet hier even naar kijken.”

“U moet deze kleren echt uittrekken, kom, waar is uw badkamer? Dan kan ik u daar omkleden. Ik pak meteen even wat schone kleding, ligt dat hier, in deze kast? Nee, niet op bed gaan zitten, u bent nog helemaal vies.”

Het lukt me uiteindelijk om mevrouw van de meeste vuile kledingstukken te ontdoen. Ik kom tot vlakbij de bron van alle ellende, maar haar onderbroek mag ik niet uittrekken. Na wat vergeefs gestamel van mijn kant, stuurt ze zichzelf resoluut terug haar slaapkamer in en pakt een ochtendjas uit de kast. Deze is nog smerig van ongelukjes als nu, maar ook van oude jamvlekken, althans daar lijken ze op.

“Mevrouw, u moet zich echt even opfrissen hoor.”

“Ja natuurlijk, ik blijf zo toch niet zitten. Ik ga het straks allemaal even rustig bekijken, want ik snap hier helemaal niks van.”

 

Als ik weer in de lift stap, op knop ‘B’ druk en langzaam afdaal richting de normale wereld, bekruipt mij een gevoel van falen. Ik voel me mislukt in mijn functie als zorgverlener. Ik had haar moeten douchen, of op z’n minst moeten wassen aan de wastafel, een schone onderbroek aan moeten doen.

Eenmaal buiten bel ik haar pleegdochter op in Wemeldinge, om deze op de hoogte te brengen van de situatie.

“Zo iemand zou gewoon eerder dood moeten gaan”, is het eerste wat ze zegt na mijn verhaal aangehoord te hebben. “Begrijp je dat ik dit nu zeg?”

“Ik begrijp het mevrouw”, zeg ik maar. In Wemeldinge staan ook geen flats denk ik er meteen achteraan. Zes hoog bestaat daar niet. Nog niet.

Gotham in Bezuidehout

3 gedachten over “Zes hoog”

  1. Hoi sander
    Wat hebben we een ingewikkeld vak hè.
    Falen van dat woord moeten we af
    Het is je niet gelukt de zorg is daar verrekte moeilijk. Wel weer een mooi verhaaltje.

  2. Ik krijg gelijk allemaal flashbacks van mijn stage in een verzorgingstehuis. Toen liep ik een dagje mee met de verpleging. Een oude dementerende vrouw die onder de douche moest durfde niet over de drempel te stappen, ze was bang dat ze dan naar beneden zou vallen. Zij voelde zich ook al zes hoog zitten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.