Zolderetage

Op zijn zolderetage
Zit hij op zijn bank
Voor hem zaten vele voorgangers
Net als hij
Boven een kroeg
Boven broederschap

Ook zij keken peinzend voor zich uit
In stilte
De drukte onder zich

Ook rondom hen dreven woorden in de ruimte
Een spiegel ook toen al aan diezelfde kledingkast geplakt
Ze zouden zichzelf nu niet meer herkennen

Hoeveel zouden er gezeten hebben
Dronken er hun koffie
Bakten een ei op kant B van een cassette
Werden er nog grammofoonplaten gedraaid
En wat daarvoor
En wat daarna

Hoeveel liters rode wijn zouden door hoeveel tapijten zijn gedrongen
Tot op onbederf’lijk uit oerbossen gekapt hout
Welke kleuren zouden de draagbalken hebben gedragen
Van sepia tot terra cotta

Hoeveel zouden er op die bank als broodkruimels zijn verdwenen
Hoeveel vrouwen lieten zij onbekoren
Zinnen ongeschreven
Doorgezakt, alsmaar jachtig om te willen staan
En wat daarna
Wat nu
En wat daarvoor

Hoeveel, uit hoeveel tijden, inspireerden hoeveel, tot hoe hard schreeuwen in de schemering
Hoeveel keken naar zichzelf in die spiegel, op die zolder, voor eeuwig op die kast geplakt
Door een hoe dikke mist van hoeveel verbrand tabak, geplukt hoeveel generaties
Daarvoor
Daarna, generatie na generatie, na verhaal na verhaal, na verhaal en na verhaal en na verhaal achter na, verhaal en achter na, verhalen achterna.

Ontelbaar veel
Altijd

Verhalen achterna

3 gedachten over “Zolderetage”

  1. Wow! Wat een mooi gedicht! Love it! Terecht die publieksprijs! Superjammer dat ik niet kan de 22e, anders was ik zeker komen kijken bij de finale! Spannend! Succes! X Yvanka

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.