Zorgverleners: geen robots die je moet controleren, maar mensen die je moet vertrouwen

Er is iets dat me van het hart moet. Al lange tijd loop ik rond – danwel letterlijk door de duinen, ofwel dolend door mijn geest, vaak tegelijk – met bepaalde opvattingen over hoe wij mensen zich tot elkaar verhouden. Deze dwalingen begonnen al zo aan het einde van mijn studententijd, nadat de liefde mij een dreun verkocht. Langzaam kwam ik bij van mijn verdriet en voelde dat alle fundamenten onder me vandaan waren geslagen. Een bevrijdend gevoel, uiteindelijk, want toen kon ik aan iets gaan bouwen en dat precies zo vormgeven hoe ík het zou willen. Ik sloeg de steunpilaren: Schrijven, Dichten en Optreden in de grond, een vriend hielp me een handje en sloeg Zorg ernaast. Die laatste was mijn baan in de thuiszorg, bood mij zekerheid en lag stevig verankerd in de aarde. Die andere drie reikten weliswaar hoger naar de hemel, maar die moesten nog wel flink de grond in worden geheid wilde ik daar op kunnen vertrouwen.

Ik ben nu gestopt met de zorg en heb weer een flinke klap gekregen – dit keer niet van een meisje, maar van m’n werk – en alles wat ik voor mezelf had opgebouwd ligt voor mijn gevoel aan gruzelementen. Alleen dit keer sta ik er niet alleen voor om ‘mijn huis’ opnieuw op te bouwen. Ik heb nu een vrouw, twee kinderen – kleintjes nog, maar onderschat ze niet – en een flinke dosis levenservaring als man, vader en zorgverlener. De fundamenten die ik nu de grond in wil jassen, moeten geen huis dragen waar alleen ík in kan wonen, maar waar iedereen in mijn omgeving – en die strekt wat mij betreft ver – goed kan vertoeven. Noem me een idealist, want ik wil zeker weten meebouwen aan een betere samenleving. En hier op deze plek, wil ik een begin maken. Want waar begint verbetering anders dan bij het benoemen van het probleem?

Juist ja. Laat ik wat concreter worden, laat ik de dichter in mij even zijn mond  houden en laat ik je eens vragen: Waar de fuck zijn we nou allemaal mee bezig? Je gaat me toch niet vertellen dat er niets moet gebeuren in dit kleine overgereguleerde kikkerlandje. Ik heb verdomme vijf jaar lang met een smartphone rondgelopen waarmee ik bij elke cliënt in de thuiszorg in en uit kon klokken. Inklokken bij jouw oma of moeder om haar even snel een onderbeurtje – vergeef me de zorgterminologie – te kunnen geven en weer verder te gaan. Het liefst had ik dat ze zelf het water in de wasbak op temperatuur klaar had staan voordat ik binnenkwam, zodat ik alleen nog even een washandje door het lauwe sop en vervolgens tussen haar benen hoefde te halen.

Klinkt dit oneerbiedig?! Een klokje in je broekzak dat je voortdurend opjaagt: dat is oneerbiedig! Zowel voor mij, voor mijn collega’s, als voor jouw moeder, je oma, of je opa, je tante, je buurvrouw, of voor wie dan ook.

Oké. Zo ging het er bij ons in de wijk aan toe, vooral toen er een manager kwam die nog eens extra vinger aan de pols hield en nog sterker de focus wist te leggen op productiviteit; we moesten nog meer cliënten in een korter tijdsbestek proppen. Wij hoefden niet te vrezen dat robots ons werk over zouden nemen. Wij waren die robots zelf, al bijna vastgeroest in een toekomst gebaseerd op wantrouwen. Want daar gaat het in mijn optiek om: het vertrouwen in de mens is weg.

De laatste gast van dit seizoen van het VPRO programma zomergasten, Damiaan Denys, psychiater en filosoof, vertelt over de doorgeslagen hang naar regels en protocollen in onze samenleving en met name in de gezondheidszorg. Hij vertelt hoe angst van grote invloed is op mensen. Het is zowel positief, het houdt ons scherp en in de angst voelen we ons vrij. Maar ook negatief, want angst kan verlammen en de vrijheid van anderen onnodig inperken. We zijn bang voor het onbekende of reageren overtrokken op incidenten.

Ik vraag me af – en ik weet dit echt niet – hoe het zover heeft kunnen komen dat zorgverleners in zo’n heftige mate als ik heb ervaren, gecontroleerd moeten worden op tijd? En zelfs de weinig flexibele vooropgestelde zorgplannen, vertellen wat ze precies moeten doen. Hoewel ze houvast bieden: de plannen, de regels en de afgebakende tijd, haal je iets veel belangrijkers bij de hulpverleners weg. Dat onderschrijft ook Damiaan Denys, namelijk dit:

“Het vermogen om zelf na te denken en zelf grenzen aan te geven.”

Ik ben net als Denys van mening dat zelf nadenken leidt tot meer humaniteit, aangezien je degene die je tegenover je hebt sneller zal spiegelen aan jezelf in plaats van aan abstracte opvattingen, regels en protocollen van buitenaf. Uiteindelijk zal het zelfs productiever zijn, aangezien mensen de aandacht zullen krijgen die ze verdienen, zowel fysiek als mentaal, waar ze zowel op de korte als lange termijn beter van worden. Mensen laten nadenken, is een duurzame oplossing.

Maar dan moet je ze dus wel die vrijheid geven en moet je ze vertrouwen. Hoe kan je van vertrouwen spreken als je je werknemers verplicht om elke minuut te moeten verantwoorden en je de hele bedrijfsvoering zo inricht om dat te controleren. Van de manager boven de manager tot aan het kleine stukje technologische vooruitgang in je broekzak. Ik wil niet cynisch worden, maar, vooruitgang?!

Neem dit artikel dat ik via Blendle uit HP/De Tijd las. Interviewer en ervaringsdeskundige uit de GGZ, Bram Bakker, zegt dat hij onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Edith Schippers, eens flink het vuur aan de schenen zal leggen. In het hele stuk, wat allemaal best onderhoudend is, heb ik vuur noch schenen gezien. Logisch, want het blijft maar gaan over geld en cijfertjes en niet over mensen. Ik ben van mening dat de vlammen pas kunnen oplaaien als je het over individuele gevallen gaat hebben. Over cliënten, patiënten, managers, directeuren en de Mensen – met de hoofdletter M ja – aan het bed. Over deze laatste groep werd door Edith Schippers trouwens het volgende gezegd in relatie tot de kostenbesparingen in de zorg:

“Sinds ik hier zit zijn de besparingen opgelopen tot 12 miljard euro, echt een enorm bedrag.”

“De besparingen zijn dus feitelijk gerealiseerd door de mensen op de werkvloer, die harder moesten werken voor hetzelfde geld, of met minder geld hetzelfde moesten zien te bereiken als voorheen. Zij zijn de kampioenen van de kostenbesparingen.”

Kampioenen?! Ik voelde mij een enorme verliezer, die deel uitmaakte van een verliezend team. Zowel ik, mijn collega’s als de ouderen die wij trachtten te helpen waren de dupe van een op efficiëntie gedreven, kostenbesparend economisch model met als enige winnares misschien Edith Schipper, met in haar kielzog de managers, directeuren en bestuurders. Geef elkaar nog maar een schouderklopje, nu het nog kan.

Want het warme bad van de euforie zal niet lang duren wanneer zij zullen inzien dat er met de verkeerde maat is gemeten. Als we de scores nu eens niet langs de economische meetlat houden, maar langs menselijke waarden, dan zijn zíj juist de grootste losers. Het gaat in de zorg – of welke sector dan ook – namelijk niet om kwantiteit. Maar om kwaliteit.

Oké, ik geef toe, het interview met onze minister waar ik naar refereer gaat niet alleen over de langdurige zorg, de ouderenzorg en al helemaal niet specifiek over de wijk waar ik als een gesjeesd konijn tien paar billen per uur moest wassen. Dat is meteen het probleem met alle discussies en meningen over de zorg. De Zorg bestaat helemaal niet. Zeggen dat farmaceuten niet absurd veel en veel te dure pillen moeten blijven ontwikkelen waar zij patent op hebben, is iets anders dan zeggen dat de thuiszorg te duur is, om maar wat te noemen. Maar helaas wordt de langdurige zorg, de jeugdzorg, de psychiatrie, de geneeskunde, de zorgverzekeraars, de farmaceutische industrie, de ziekenhuizen, de verzorgingshuizen en de thuiszorg (waarbinnen ook nog eens geen onderscheid wordt gemaakt tussen de huishoudelijke hulp en de persoonlijke verzorging) vaak in een adem genoemd. Het lijkt dan soms bijna logisch om te zeggen dat de zorg waarvan niemand precies weet wat die omhelst, een blok aan ons been is.

Wat wordt er bijvoorbeeld gezegd met de titel van het interview uit HP/DeTijd?

“Er is helemaal geen marktwerking in onze zorg.”

Over welke zorg hebben we het hier en over welke marktwerking? In de context van wat je nu leest klinkt het natuurlijk nogal dubieus, maar er wordt in het interview gerefereerd naar het feit dat mensen vaak helemaal geen keuze hebben om van zorgaanbieder te veranderen. Er is dus geen concurrentie; daarom dus geen marktwerking volgens Schippers. Bovendien zijn de zorgbedrijven te groot en hebben ze bijna een soort monopolies binnen de gebieden waar ze opereren. Dus laat ik deze nuance erin brengen, dat ze daar gedeeltelijk gelijk in heeft, vooral wat de grootte van die bedrijven betreft, ik heb er zelf bij één gewerkt.

Maar er is wel degelijk concurrentie. Ik las bijvoorbeeld dit stuk via Skipr uit NRC Handelsblad, waarin staat dat zorgaanbieder Careyn – een reus van een zorgbedrijf met verpleeghuizen en thuiszorg in Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant – een kort geding aanspant tegen Zilveren Kruis. Volgens bestuursvoorzitter Rob van Dam van Careyn wil deze zorgverzekeraar bepalen welke zorgaanbieder zorg mag verlenen in een bepaalde wijk. Om de ‘beste’ te kiezen, zullen ze verschillende zorgaanbieders met elkaar vergelijken. Wat volgens van Dam op het volgende neerkomt: 

“Eigenlijk zegt Zilveren Kruis: vecht elkaar maar kapot. Ze kiezen de goedkoopste en kijken onvoldoende naar kwaliteit.”

Keiharde prijsconcurrentie, een beetje zoals de prijzenoorlogen van supermarkten. Wie wordt er over het hoofd gezien? Juist, de mensen. Er is dus wel concurrentie van bovenaf, maar degenen die de zorg moeten ontvangen hebben niks te zeggen. En zelfs als de ouderen of zieken, als ze daar nog toe in staat zijn, zouden kunnen kiezen, wat zijn dan de opties? Naast de ene reus, staat een andere gigant klaar met de lopende band. Dat geeft de minister zelf ook toe, alternatieven zijn er bijna niet.

Bijna. Want er zijn wel degelijk voorbeelden van hoe het anders kan in de zorg? En nu ik zelf gestopt ben als verzorgende begin ik ook steeds meer in te zien dat er tal van mensen bezig zijn met vernieuwingen, mensen die waarschijnlijk tegen mij zullen zeggen: waar was jij in hemelsnaam mee bezig? En gelijk hebben ze. Ik heb als een struisvogel met m’n kop in het zand gezeten. Ik heb m’n best gedaan, daar niet van, maar je best doen in een boomgaard met alleen maar rotte appels, dan kan je er nog zoveel plukken… oké, concreet.

“Niemand wil efficiënt geholpen worden. Je wil menslievend geholpen worden.”

Dit citaat – wat zomaar uit mijn mond had kunnen komen – kwam ik tegen in het bovenstaande filmpje, waarin Jan Rotmans vertelt over zijn kanteltheorie in relatie tot de zorg. Hij is hoogleraar transitiekunde en volgens hem zitten wij in een tijdperk waarin onze samenleving zal overgaan in een nieuwe economie, gestoeld op een nieuw paradigma. In deze nieuwe economie zullen we weer dichter bij de natuur gaan staan en zullen mens, dier, milieu en klimaat daar respectvoller door bejegend worden dan de allesverslindende systemen die nu ons en onze planeet kapot dreigen te maken.

Of Rotmans nu gelijk heeft met zijn kanteltheorie of niet, ik vind dat we het aan onszelf en onze kinderen verplicht zijn om hierin mee te gaan. Toen ik de zorg uitstapte, verliet ik een zinkend schip. Los van de steeds verdergaande economisering van onze werkvloer zaten we midden in een reorganisatie. Ironisch genoeg zaten we in een transitie waarin een managementlaag werd weggesneden en wij – de verzorgenden – onszelf moesten organiseren in zelfsturende teams; dit geheel in lijn met de filosofie van Jan Rotmans waarin hij het volgende bepleit:

Zelfsturing van kleine groepen werknemers die meer autonomie krijgen en ook meer zullen meedelen in de winst en zich zo meer verantwoordelijk zullen voelen voor het bedrijf en degene die ze moeten helpen.

Alleen één probleempje. De filosofie werd bij ons maar deels overgenomen. Mijn collega’s krijgen op dit moment wel meer verantwoordelijkheden en meer taken, maar wat de autonomie betreft, er blijft een klokje in hun broekzak tikken en ze worden nog steeds afgerekend op de minuut. Het gaat er nog steeds niet om hoe en met welk resultaat ze de mensen helpen, maar hoeveel en binnen welke tijd. Om over meedelen in de winst – of überhaupt een stijging van loon – maar te zwijgen. Al met al dus een keiharde bezuinigingsmaatregel onder de dekmantel van innovatie.

Om echt innovatief te kunnen zijn, of om echt te kunnen kantelen met de woorden van Jan Rotmans, moet je lef hebben en durven al het oude los te laten en je bedrijf van de grond af aan opnieuw op te bouwen. Of gewoon een nieuw initiatief starten zoals Buurtzorg; volgens Rotmans een goed voorbeeld van hoe het anders kan. Buurtzorg is een stichting, dus zonder winstoogmerk en toch blijkt uit onderzoek van KPMG dat ze op de lange termijn goedkoper werken dan andere zorginstellingen.

“Hoe minder je organiseert, hoe beter.”
“Vertrouwen en verantwoordelijkheid in plaats van controle en achterdocht.”

Zegt oprichter Jos de Blok, die zelf een manager en later directeur was van een grote zorginstelling, waar hij als verpleegkundige begon. Ook hij vroeg zich op een gegeven moment af: Waar ben ik nou toch helemaal mee bezig? Hij verloor uit het oog waar het uiteindelijk om gaat, waar hij zijn werk aanvankelijk mee begon.

Ik weet ook wel dat het niet makkelijk is om te veranderen. Ik ben zelf net drie maanden gestopt met mijn werk in de zorg. Ik heb een huis, een hypotheek en kinderen en niet te vergeten een vrouw. De enige vastigheid die ik had qua inkomen, kwam uit de zorg, dat was het fundament waar mijn huis op leunde. Ik heb het geluk gehad om afstand te kunnen nemen, mede door mijn financiële reserves die ik heb verdiend door mijn optredens als De Verpleegpoëet. De opdrachten die ik kreeg had ik weer te danken aan sommige bedrijven uit de zorgsector, waaronder het bedrijf waar ik tevens in loondienst was. Maakt mij dit nu hypocriet? Wat mij betreft niet. Hoewel ik misschien wat fel ben in mijn bewoordingen, is dit stuk geen aanklacht tegen de mensen binnen die sector, maar een aanklacht tegen de rollen en systemen waar zij in verstrikt zitten.

Toen ik aan het begin van dit stuk zei dat mijn spreekwoordelijke huis aan gruzelementen lag, overdreef ik wellicht wat. Eigenlijk zag ik juist welk fundament mij echt overeind hield, op een veel dieper niveau dan de euro’s die ik ontving vanuit mijn werkzaamheden in de zorg. Dat was namelijk mijn schrijverschap. Dit essay komt hieruit voort, het vervangt voor mij “De Zorg” en is er tegelijk het product van. Ik heb dit niet geschreven om haar op te hemelen, niet om haar te verguisen, maar wel om dingen aan de kaak te stellen en het op te nemen voor mijn collega’s en al die lieve ouderen waar ik over de vloer kwam, waar ik vaak kind aan huis was. Zij zijn te belangrijk voor mij, daarom doe ik dit.

 

Mocht je in de zorg werken en je hierin herkennen, laat het me weten en deel dit bericht met je collega’s. Mocht je je hier niet in herkennen, laat het me ook weten. Ik ga graag met je in gesprek. Ieder heeft zijn eigen geluid. Dat maakt ons mens en dat is nou juist waar het hier om gaat, dat we dit niet uit het oog verliezen, dat we elkaar niet uit het oog verliezen.

Voel je vrij om hieronder te reageren hè. Ik ben echt geen robot.

9 gedachten over “Zorgverleners: geen robots die je moet controleren, maar mensen die je moet vertrouwen”

  1. Zo waar Sander Ritman . Prachtig geschreven. Ik ga nog even door in de zorg. Nog een jaar of twaalf tot aan mijn pensioen. Ik kan niet anders. Ik heb jouw link via je achternichtje Emely die mij zeer dierbaar is. Groetjes Retty Geysen. En natuurlijk heb ik hem gedeeld via fb.

  2. Bedankt voor je reactie Retty. Twaalf jaar is nog een behoorlijke tijd. Hopelijk wordt je niet gedwongen om nog efficiënter te gaan werken dan je waarschijnlijk al doet. Ik begrijp dat je door gaat en je blijft inzetten voor de mensen die jouw zorg nodig hebben. Dat geldt ook voor de meeste van mijn collega’s. Zij doen dit werk met hart en ziel en blijven koste wat kost hun werk doen. Ik hoop echt dat ze snel wat meer ruimte krijgen. Dat verdienen ze. En de ouderen die ze helpen ook.

  3. Het is de lijn die doorbroken moet worden in het huidige rendementsdenken. Werknemers krijgen meer taken en verantwoordelijkheden maar minder autonomie, minder aandacht en waardering in hun werk. Dit resulteert op de korte termijn in de gewenste bezuinigingen maar op de langere termijn in snel oplopende kosten. Dit komt dan door het niet geven in de basis van de gewenste nodige en goede zorg door de snel oplopende te hoge druk op de hulpverlener. Uitstekend stuk Sander !

  4. De tegenstrijdigheid dat je mensen, ouderen, zo lang mogelijk zelf moet laten doen wat ze zelf kunnen, maar dat er voor een douchebeurt plus aankleden, een kwartiertje staat. Elastische kousen? Jippie, 3 minuten extra. Daardoor vermindert hun zelfstandigheid nóg meer, want wat iemand >80 een maand niet doet, kán hij niet meer.

  5. Helaas wordt er steeds meer alleen naar de handelingen gekeken die moeten worden verricht en niet naar de mens die kan worden geholpen. Aandacht geven is helpen. Vaak is het zelfs zo dat de zorg (wassen, aankleden, stofzuigen, steunkousen) ondergeschikt is aan jouw aanwezigheid. Maar dan moeten zorgverleners wel de ruimte krijgen om echt aanwezig te kunnen zijn.

  6. Zo waar, met name over de zelfsturende teams. De wergevers maken gretig misbruik van de goedheid en inzet van het verzorgend personeel, het gebeurt geregeld dat mijn collega’s geen ruimte krijgen voor pauze omdat de druk te groot is of dat iemand alleen moet werken op een afd. kleinschalig wonen P.G. Ik werk zelf al veertig jaar als helpende in de ouderen zorg heb de plus nog gedaan, de bewoners verzorg ik met alle liefde, maar zoals het nu gaat triest. Ik kan ook wel een boek schrijven.Ik probeer me af te schakelen ook omdat mijn baan niet eer zeker is ben te laag geschoold ze hebben liever hbo verpleegkundigen oké prima met alle respect het begint bij een goede basis zorg. Heb er genoeg van.

    1. Hoi Hilda, iemand met zoveel ervaring als jij, moet worden gekoesterd en in haar kracht worden gezet. In plaats daarvan wordt het plezier in je werk je ontnomen. Ik weet, ook uit ervaring, dat jij hier niet alleen in staat. Ik hoop echt dat we met z’n allen wakker worden en opstaan om te zeggen dat het zo niet langer kan. Maar ik weet ook dat er veel angst is onder de werknemers. Mensen willen hun baan niet kwijtraken. Ik heb er respect voor dat jij je durft uit te spreken. En iemand die al veertig jaar in het vak zit, heeft meer dan recht van spreken. Maar ook voor iemand met minder dienstjaren is het niet moeilijk om te zien dat iets goed mis is met de zorg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.