Zware bevalling

20130908-222422.jpg

“Wie is daar?”, roept mevrouw vanuit haar bed. Ik sta al in de slaapkamer. Haar man is achter mij aan komen lopen. Sinds ik hier over de vloer kom, houdt hij mij nauwlettend in de gaten. “Het is Sander, die leuke jongen,” zegt hij tegen zijn vrouw die nog altijd roerloos in haar bed ligt.

Als ik naast zijn vrouw sta wordt ik door haar opgenomen alsof het de eerste keer is. “Wat heb je mooie blauwe ogen”. Ze kijkt mij vanonder een grijze ietwat warrige krullenbol aan. “Gaat u met mij mee douchen?”, vraag ik alsof het een eerste date betreft. Meneer de controlfreak staat nog altijd in de slaapkamer toe te kijken.

Als ik mevrouw uit bed til is via mijn reukorgaan alle romantiek snel verdwenen. De nacht is een bewogen deel van de dag op deze leeftijd. Om ook meneers vermoedelijke jaloezie weg te nemen, hij is immers vijfentwintig jaar jonger dan zijn vrouw, dus wie weet wat hij van vijfenzeventig jaar jonger denkt, vertel ik dat ik ben getrouwd, dat ik een dochter heb en dat mijn vrouw hoogzwanger is van een tweede. Sterker nog, ik kan elk moment gebeld worden aangezien mijn vrouw al met weeën zit sinds ik mijn ochtendroute ben begonnen.

Als ik mevrouw uit bed til is via mijn reukorgaan alle romantiek snel verdwenen.

De telefoon gaat

“Dat is niet jouw vrouw die moet bevallen, die is voor mij,” zegt meneer. Eindelijk verlaat het alziend oog de slaapkamer en kan ik gewoon mijn werk doen. Ik help mevrouw met wassen in de badkamer. Ondertussen hoor ik meneer op de achtergrond aan de telefoon irritant en betweterig zijn tegenover een specialist. Op het moment dat ik mevrouws onderbroek naar benden trek, staat meneer ineens weer op mijn lip in de deuropening van de badkamer. Een enorme bolus prijkt tussen mevrouws benen netjes op een piepklein inleggertje. De geur is werkelijk waar misselijkmakend. “Je bent vergeten mijn vrouw eerst naar de wc te brengen,” begint hij tegen mij. “Ach dan doe ik het toch na het wassen”, zeg ik achteloos. Voorzichtig haal ik het goed belegde inlegkruisje uit het broekje van mevrouw. Met ingehouden adem wil ik naar de prullenbak in de keuken lopen tot meneer weer tegen mij verder gaat. “Iedereen brengt mijn vrouw altijd meteen naar de wc als ze uit bed komt, je kan je misschien wel voorstellen dat wanneer je tien uur hebt geslapen…”.

Een enorme bolus prijkt tussen mevrouws benen netjes op een piepklein inleggertje.

Mijn neusharen zijn nu niet meer de enige haren die overeind zijn gaan staan. Na een diepe ademhaling help ik mevrouw, inmiddels in haar blootje, op aandringen van haar man naar de wc. “En dan laat je haar ook nog eens alleen met de rollator lopen, ik wist ook dat het fout zou gaan, die verdomde telefoon ook,” zuigt meneer nog even het resterende bloed onder mijn nagels vandaan. In alle hectiek heb ik die drol van mevrouw nog in de badkamer laten liggen, ik heb zo wat bedenkingen wat ermee te doen. Ik pak het cadeautje van de tegelvloer. De plakrand plakt aan mijn rechterhandpalm. De smeuïge toplaag is te dik om het dubbel te kunnen vouwen. Maar dat is geen probleem voor een taart in je gezicht. “Anders was je je vrouw toch lekker zelf!”, zeg ik terwijl ik dat ding toch maar gewoon in de prullenbak gooi.

“Wat zei je?”, vraagt meneer die mij uiteraard prima heeft verstaan. Ik loop terug uit de keuken en herhaal, ditmaal voor zijn neus, wat ik zei. Zijn vrouw zit met de deur open en haar hoofd ver voorovergebogen nog altijd naakt op de wc.

Wat er daarna nog allemaal is gezegd kan ik mij niet precies meer voor de geest halen. Er vielen woorden over en weer. Ik pakte mijn vest om te vertrekken maar bleef toen toch. Er waren nog meer woorden. We raakten steeds verder verwijderd van het onderwerp (zijn vrouw) en we werden steeds onredelijker, in ieder geval ik. Ondertussen las ik een sms’je van mijn vrouw, iets over haar vliezen die misschien zouden zijn gebroken. Uiteindelijk viel er een doodse stilte en hielp ik zijn vrouw zwijgzaam verder.

“Anders was je je vrouw toch lekker zelf!”

Toen mijn cliënt was aangekleed en ik nog vol adrenaline van opwinding de rapportage stond in te vullen, stak meneer mij zijn hand toe. “Zullen we dit als echte mannen oplossen?” Ik schudde hem de vrede. Hij zei dat hij mij, gezien de omstandigheden, begreep. Ik gaf toe, dat ik nogal overtrokken reageerde. Het was een zware bevalling, maar ik prijs mezelf gelukkig dat het eruit is.